AMSTERDAM - Kort geleden zijn in Zweden twee miniatuur tafelglobes van Willem Janszoon. Blaeu ontdekt. De nietsvermoedende particuliere inbrenger rekende op een minimale opbrengst van zevenduizend euro. Het bleek slechts een fractie van de uiteindelijke opbrengst.

De hoogste bieder, Bert Degenaar, verzamelaar en antiquair op de Spiegelgracht te Amsterdam, wist de globes in zijn bezit te krijgen.

De nieuwe eigenaar heeft besloten deze globes voor enkele maanden in bruikleen te geven aan het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker. Het paar globes (aard- en hemelbol) is gemaakt in 1606 en verkeert in goede staat.

Met een diameter van 13,5 cm behoren de globes tot de kleinste die door Blaeu zijn vervaardigd. Willem Jansz Blaeu (1571-1638) bracht zijn eerste globe uit in 1597: helaas was deze door een handelsexpeditie naar Indië gelijk verouderd. In 1599 maakte hij zijn eerste globenpaar, met een formaat van 34 cm.

Wereldniveau

Tussen 1597 en 1610 verschenen er in totaal 21 van zijn globes, in formaten van 8 tot 35 cm. Deze globes waren van wereldniveau – Amsterdam was het centrum van de globe-industrie geworden.

Later maakte Blaeu nog grotere exemplaren: in 1616 werd een globe van 68 cm op de markt gebracht, waarin de actuele stand van de cartografie verwerkt was. Hierop stond bijvoorbeeld het later door de Verenigde Nederlanden aangekochte eiland Manhattan aangegeven. In 1633 werd Willem Janszoon officieel cartograaf van de VOC.

Zijn werk werd later overgenomen door zijn zonen Joan en Cornelis. Naast de globes van Blaeu maakt ook een atlas van John Seller (1630-1697) deel uit van de expositie. De getoonde Atlas Caelestis is in 1677 uitgegeven en bestaat uit 55 losbladige handgekleurde platen met afbeeldingen van de zon, de maan, planeten en verschillende kometen.

Ook de sterrenbeelden van het zuidelijk en noordelijk halfrond worden getoond. Verder zijn de wereldbeelden van onder anderen Ptolemaeus, Copernicus en Tycho Brahe in beeld gebracht.