AMSTERDAM - Miljoenen jaren geleden liepen er in delen van Noord-Afrika zes meter lange krokodillen rond met drie rijen slagtanden -als bij een wild zwijn. Dat hebben wetenschappers donderdag gezegd.

Terwijl deze woeste dieren joegen op vlees, visten niet ver bij hen vandaan krokodillen met een brede platte snuit als een pannekoek.

Een derde soort hield zich eveneens in het gebied op en kauwde met zijn stompe kiezen op blaadjes en wortels.

"Deze soorten vertellen een verhaal over de krokodil dat volledig afwijkt van wat er op noordelijke continenten leefde", zei Paul Sereno van de Universiteit van Chicago op een persconferentie van de National Geographic Society.

De dieren leefden zo'n honderd miljoen jaar geleden op het zuidelijke continent dat bekend staat als Gondwana.

Veelzijdige staart

Volgens de onderzoekers konden deze krokodillen galloperen om over land hun prooien na te jagen. Daarnaast konden ze zwemmen. "Mijn Afrikaanse krokodillen hadden zowel rechte, beweeglijke poten voor op het land als een veelzijdige staart om in het water te kunnen peddelen", aldus Sereno in een artikel in het tijdschrift National Geographic.

"Hun amfibische talenten vormen wellicht de sleutel tot het begrip waarom zij het zo goed deden en uiteindelijk het dinosaurustijdperk wisten te overleven."

Overblijfselen van de drie soorten werden aangetroffen in Niger en Marokko.