AMSTERDAM - De zogenoemde plaagmier lijkt op te rukken in Nederland. Kolonies van de 'Lasius neglectus' zijn dit jaar aangetroffen in Leiden, Wassenaar, Katwijk aan Zee, Son en Maastricht.

Dat heeft onderzoek in opdracht van het Ministerie van LNV uitgewezen, meldt het radioprogramma Vroege Vogels zondag.

Om te voorkomen dat de plaagmier zich verder verspreid, zouden tuincentra regelmatig moeten worden gecontroleerd. De soort vestigt zich het makkelijkst in tuinen in nieuwbouwwijken, omdat concurrerende mierensoorten daar ontbreken.

De insecten komen vrijwel uitsluitend in steden voor en zijn vooral onder bakstenen en tegels te vinden. Maar ze kunnen ook in huizen voor overlast zorgen.

Mens

Omdat de insecten niet vliegen, zou het verspreidingsgebied van de plaagmier vooral door de mens worden vergroot, bijvoorbeeld doordat grond, potplanten, plantenbakken of tuinafval waarin een koningin met haar broed zit, wordt verplaatst.

Als de insecten huizen binnentrekken kunnen ze in de badkamer, wasmachine, gootsteen, koffiezetapparaat of vaatwasmachine worden aangetroffen. Ook zouden ze kortsluiting kunnen veroorzaken door in stopcontactdozen te kruipen.

Om de plaagmier te bestrijden zouden alle koninginnen in een nest moeten worden gedood. Dit kan door de werksters vergiftigd voedsel aan te bieden, oppert Vroege Vogels.

Rupsenlijm

Een andere optie is rupsenlijm op boomstammen te smeren. Daarbij zouden nesten van concurrenten, zoals de wegmier (Lasius Niger) moeten worden ontzien.

De drie millimeter plaagmier dankt zijn wetenschappelijke naam -verwaarloosde mier- aan het feit dat hij al zeker 25 jaar voorkomt in Nederland, maar nauwelijks wetenschappelijke aandacht krijgt.