AMSTERDAM - Stofjes van komeet Grigg-Skjellerup bevatten miscroscopisch kleine korreltjes materiaal die dateren van ver vóór het ontstaan van het zonnestelsel. Kometen behoren tot de oudste, primitiefste objecten in het zonnestelsel.

Algemeen wordt aangenomen dat komeetmateriaal sinds de vorming van de zon en de planeten vrijwel geen veranderingen meer heeft ondergaan, ook al bleek dat niet op te gaan voor stofjes van komeet Wild 2, die enkele jaren geleden verzameld zijn door de Amerikaanse ruimtesonde Stardust.

Onder kometen blijkt echter een grote verscheidenheid te bestaan. Dat blijkt uit onderzoek aan interplanetaire stofdeeltjes die in april 2003 hoog in de stratosfeer van de aarde werden opgepikt door onderzoeksvliegtuigen.

Komeet

De stofjes zijn zo goed als zeker afkomstig van komeet Grigg-Skjellerup: de aarde was dat voorjaar door de extreem ijle staart van de komeet gevlogen.

In de komeetstofjes zijn relatief grote hoeveelheden 'presolar grains' gevonden - kleine korreltjes materiaal met een afwijkende samenstelling.

Supernova-explosie

Presolar grains zijn eerder gevonden in meteorieten en in interplanetaire stofdeeltjes, maar in veel geringere hoeveelheden. De korreltjes zijn ontstaan in het binnenste van een oudere generatie sterren, of tijdens de supernova-explosie van zo'n ster.

Pas veel later zijn ze terechtgekomen in de wolk van interstellair materiaal waaruit de zon en de planeten ontstonden.

Onderzoek aan de stofdeeltjes van een zo groot mogelijk aantal kometen biedt sterrenkundigen een beter inzicht in de samenstelling van de wolke waaruit het zonnestelsel is ontstaan, en in de processen die zich in de jeugd van het zonnestelsel afspeelden.