AMSTERDAM – Sprinters hebben gemiddeld genomen langere tenen en korte benen, dan mensen die niet uitblinken in hardloopwedstrijden op de korte afstand. Dat suggereert een nieuwe Amerikaanse studie.

Onderzoekers van Pennsylvania State University namen de maten op van de benen en tenen van tien studenten die goede resultaten hadden behaald bij sprintwedstrijden.

Die gegevens werden daarna vergeleken met de beenomvang van tien willekeurige mensen met dezelfde lichaamslengte en hetzelfde gewicht als de atleten.

Uit het onderzoek bleek dat de sprinters gemiddeld genomen aanzienlijk langere tenen hadden dan de mensen die niet uitblonken op korte hardloopnummers. Verder waren hun onderbenen en hielen in verhouding korter.

Middenvoetsbeentje

De resultaten van het experiment zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Experimental Biology.

De tenen van de sprinters – gemeten vanaf het middenvoetsbeentje – bleken gemiddeld 8,2 centimeter lang, terwijl de tenen van de andere proefpersonen maar 7,3 centimeter lang waren.

De onderbenen van de hardlopers waren gemiddeld echter 3 centimeter korter dan de onderbenen van de andere deelnemers aan het experiment. Hun hielen bleken over het algemeen 25 procent korter.

Afzetten

Volgens de onderzoekers verklaren de verschillen in lichaamsbouw voor een deel de prestaties van de atleten.

“De sprinters kunnen niet alleen meer kracht zetten als ze versnellen tijdens het lopen”, aldus hoofdonderzoekers Stephen Piazza in de Britse krant The Daily Telegraph.

“Maar door hun lange tenen blijven ze bij elke pas vooral langer in contact met de grond, waardoor ze zich beter kunnen afzetten”, aldus de onderzoeker.