STOCKHOLM - De Nobelprijs voor de Natuurkunde is dinsdag in Stockholm toegekend aan de wetenschappers Charles Kuen Kao, Willlard Boyle en George Smith.

De natuurkundigen uit China, Canada en de VS krijgen de onderscheiding voor hun bijdrage aan de snelle overdracht van data via glasvezel voor de optische communicatie.

Ook worden ze geëerd voor de ontwikkeling van de gevoelige CDD-chip die tegenwoordig in digitale camera's is ingebouwd.

Kao krijgt de helft van de prijs van bijna 1 miljoen euro. De twee andere geleerden delen de andere helft van de prijs.

Smith en Boyle

George Smith (1930) en Willard Boyle (1924) zijn de uitvinders van de zogenoemde CCD- sensor, een lichtgevoelige chip. De ontdekking had plaats in 1969 toen beiden werkzaam waren bij Bell Labs.

Een CCD (Charge Coupled Device) is een apparaatje dat een optische afbeelding omzet in een elektrisch signaal. De sensor zit in de meeste digitale camera's en wordt ook gebruikt in wetenschappelijk onderzoek, zoals de astronomie en oceanografie. De sensor is eigenlijk het digitale oog van een fotocamera.

De uitvinding van Smith en Boyle is gebaseerd op een foto-elektrisch effect dat Albert Einstein ontdekte en waarvoor hij in 1921 de Nobelprijs kreeg.

Kao

Kao (1933) is een pionier op het terrein van glasvezelcommunicatie. Hij deed in de jaren zestig uitgebreid onderzoek naar het gebruik van licht in glasvezelkabels, het licht doet dienst als transportmiddel voor data.

In die jaren werd er vanuit gegaan dat licht door glasvezel een afstand van 20 kilometer kon afleggen. Kao berekende dat het lichttransport over 100 kilometer mogelijk moest zijn.

Zijn theorie leidde tot de eerste pure glasvezelkabel in 1970. Het is de basis geworden voor onder meer internet, waar tekst, video en muziek razendsnel de wereld rondgestuurd kunnen worden.

De drie laureaten hebben bijgedragen aan de digitalisering van de moderne maatschappij met snelle dataoverdracht en de groei van snelle media. Het Nobelprijs Comité noemt het bejaarde drietal de meesters van het licht.