AMSTERDAM – Archeologen hebben in Rome waarschijnlijk de resten aangetroffen van de roterende dinerzaal uit het paleis van keizer Nero.

De vermoedelijke overblijfselen van de draaiende eetzaal van Nero zijn aangetroffen op de Palatijn, de beroemde heuvel in Rome waarop keizers in de Romeinse tijd hun mooiste paleizen lieten bouwen.

Bij een opgraving vonden archeologen een cirkelvormige kamer met daarin een vier meter dikke pilaar.

De pilaar was waarschijnlijk onderdeel van een mechanisme dat het vertrek liet ronddraaien, zo meldt persbureau AP.

Bloemen

De draaiende eetzaal van keizer Nero werd beschreven door de Romeinse schrijver Suetonius in zijn werk Levens van de keizers.

Suetonius meldde dat de dinerzaal 'dag en nacht ronddraaide'. Aan het plafond van het vertrek zouden ivoren panelen zijn bevestigd die konden worden geopend om bloemen over de gasten uit te strooien.

Zon

Waarschijnlijk gebruikte Nero - die regeerde van het jaar 54 tot 68 na Christus -  de bijzondere kamer vooral om indruk te maken op zijn gasten.

“Het banket was de belangrijkste activiteit in het oude Rome, samen met vermaak”, zo verklaarde de Italiaanse staatsarcheoloog Angelo Bottini. “Nero zag zichzelf als de zon en zijn gasten draaiden letterlijk om hem heen.”

Architectuur

Tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de Palatijn kwamen gemeentewerkers bij toeval op het spoor van de draaiende dinerzaal.

Archeologen vermoeden dat de kamer in totaal 60 meter lang was. Het is nog onduidelijk hoe de roterende zaal precies werkte. Waarschijnlijk werd het draaimechanisme aangedreven door stromend water.

“Deze zaal kan met niets worden vergeleken uit de Romeinse architectuur die ons tot nu toe bekend is”, aldus hoofdarcheologe Francoise Villedieu.