TILBURG - Mannen kunnen de 100 meter sprint nog 0,18 seconden sneller afleggen dan de Jamaicaan Usain Bolt heeft gedaan.

Bij de vrouwen staat het record op naam van Florence Griffith-Joyner met 10,49 seconden, maar dat kan ook nog 0,16 seconden sneller.

Dat hebben twee econometristen van de Universiteit van Tilburg dinsdag berekend.

Onbetrouwbaar

De wetenschappers hebben de persoonlijke records van 762 mannelijke sprinters en de records van 479 vrouwelijke atleten van januari 1991 tot juli 2008 geanalyseerd.

De tijden van voor 1991 waren volgens hen onbetrouwbaar omdat de dopingcontrole toen nog niet goed genoeg was.

Extremewaardentheorie

Econometristen Sander Smeets en John Einmahl hebben elke atleet maar een keer mee laten tellen in hun analyse.

De tijden van de mannen varieerden tussen de 9,12 en 10,30 seconden. Bij de vrouwen was dat tussen de 10,65 en 11,30 seconden.

Met behulp van de zogeheten extremewaardentheorie kwamen de wetenschappers tot het ultieme record voor zover nu bekend.

Verzekeringswereld

Extremewaardentheorie is een onderdeel van statistiek, dat analisten in staat stelt een vraag over een extreme gebeurtenis te beantwoorden aan de hand van informatie over dezelfde gebeurtenis in minder extreme vorm.

De theorie wordt veel gebruikt in de verzekeringswereld, om bijvoorbeeld het risico van een dijkdoorbraak, een storm of een aardbeving in te schatten.

Snelste ooit

Smeets en Einmahl denken dat de sprinttijden die zij hebben berekend, absoluut maximaal zijn.

Een voorzichtiger schatting over nieuwe sprintrecords komt uit op een tijd van 9,21 seconden bij de mannen en 9,88 seconden bij de vrouwen. Dat is nog steeds sneller dan tot nu toe ooit neergezet.