UTRECHT - Aanhoudende rouw moet worden erkend als psychische stoornis. Daarvoor pleit psychotherapeut Paul Boelen van de Universiteit Utrecht maandag.

Hij vindt dat onder meer de World Health Organization (WHO) de zware vorm van rouw moet opnemen in haar classificatiesysteem van stoornissen.

Boelen doet de oproep samen met een internationale groep van wetenschappers in het augustusnummer van het onlinetijdschrift PLoS Medicine.

Gecompliceerde rouw heet in wetenschappelijke termen Prolonged Grief Disorder (PGD). Boelen deed onderzoek naar de rouw en toonde aan dat PGD-patiënten een verhoogd risico lopen op emotionele problemen en een vermindering van de levenskwaliteit.

Verlangen

''PGD is heel iets anders dan gewone rouw. De essentie van gecompliceerde rouw is een aanhoudend en intens verlangen naar een overleden dierbare. Een dusdanig verlangen dat de patiënt, minstens zes maanden na het overlijden van de dierbare, ernstige beperkingen ervaart in het dagelijks functioneren'', zei Boelen.

Volgens Boelen is het belangrijk dat gecompliceerde rouw wordt erkend en herkend. In dat geval kan er een behandeling aan de stoornis worden gekoppeld. Die behandeling is noodzakelijk, vindt hij.

''Huisartsen bijvoorbeeld zijn zelden bekend met PGD. Als iemand wiens dierbare is overleden, aanklopt bij de dokter met klachten die wijzen op gecompliceerde rouw, zal de arts veelal antidepressiva voorschrijven. Maar het is zeer de vraag of deze pillen wel helpen bij PGD-patiënten'', aldus Boelen.