Spitzer-ruimtetelescoop begint aan 'warme' missie

AMSTERDAM - De Amerikaanse Spitzer Space Telescope, een ruimtetelescoop die infrarode (warmte-) straling uit het heelal detecteert, is eind juli met succes aan zijn 'warme missie' begonnen.

Om infraroodstraling te kunnen waarnemen, moeten de detectoren van een telescoop zeer sterk gekoeld worden, tot vlak boven het absolute nulpunt (273 graden onder nul).

Bij Spitzer gebeurde dat met behulp van vloeibaar helium. Ruim vijf jaar na de lancering op 25 augustus 2003 was het helium echter verdampt, en vanaf 15 mei 2009 is de ruimtetelescoop dan ook langzaam maar zeker opgewarmd, tot een temperatuur van 30 graden boven het absolute nulpunt.

Een van de drie infrarooddetectoren (voor lange golflengten) is daardoor niet meer bruikbaar, maar de twee andere, die relatief kortgolvige infraroodstraling waarnemen, functioneren ook bij deze temperatuur nog steeds goed.

Waardevol onderzoek

Daardoor zal Spitzer de komende jaren nog steeds waardevol onderzoek kunnen verrichten aan stoffige stervormingsgebieden in het Melkwegstelsel, aan andere sterrenstelsels, aan planetoïden in ons eigen zonnestelsel, en aan planeten bij andere sterren.

De 'warme missie' is officieel op 27 juli van start gegaan; NASA publiceerde vandaag drie infraroodfoto's die op 18 en 21 juli zijn gemaakt. De afgebeelde foto toont een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Zwaan.

Op foto's in zichtbaar licht is alleen een donkere stofwolk zichtbaar, maar Spitzer kan dwars door het stof heenkijken en brengt op die manier de pasgeboren sterren in de wolk aan het licht.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie