DELFT - Fractievoorzitter Martin Stoelinga van de politieke partij Onafhankelijk Delft wil niet dat het graf van Willem van Oranje wordt geopend voor een onderzoek naar de dood van de prins.

De fractie heeft aan het college van burgemeester en wethouders gevraagd of het echt gelooft dat de waarheid over de moord op Van Oranje boven water komt.

Het onderzoeksbureau DelftForensics en museum Het Prinsenhof onderzoeken sinds september vorig jaar de moord op de Vader des Vaderlands. Ze willen zo antwoord vinden op de vraag hoe de schietpartij op de prins precies heeft plaatsgevonden.

Bij het onderzoek wordt onder meer gekeken of de gaten onderaan de trap bij de voormalige eetkamer afkomstig zijn van het wapen van Balthasar Gerards, die op 10 juli 1584 Willem van Oranje doodschoot.

Ook zijn er schietproeven gehouden in de kelder van het museum en heeft een bouwtechnisch onderzoek plaatsgevonden.

Essentieel

Volgens directeur Willem van Spanje van DelftForensics is informatie over de lengte van Willem van Oranje essentieel om erachter te komen hoe hij precies om het leven is gekomen.

Daarom wil hij graag het graf van de prins openen om zo de precieze lengte van Van Oranje te achterhalen. Het lichaam ligt in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft. Begin juli diende Van Spanje een verzoek hiervoor in bij de burgemeester van Delft, Bas Verkerk.

Graftombe

De fractie verzet zich tegen het openen van de graftombe. ''Algemeen wordt aangenomen, dat Willem van Oranje ongeveer 1.55 meter lang was. Opening van de graftombe om deze reden kwalificeert de fractie als pure grafschennis.''

Volgens de partij zal de exacte toedracht van de moord nooit worden achterhaald.