WAGENINGEN - De distelvlinder wordt in Nederland het meest in tuinen gezien. De atalanta, de dagpauwoog en de kleine vos bezetten de plaatsen twee tot en met vier.

Dat blijkt uit de eerste tuinvlindertelling, die dit weekeinde in Nederland is gehouden.

Deelnemers telden in totaal 24.010 fladderaars en zagen 22 verschillende soorten, aldus de Vlinderstichting, die de telling organiseerde.

In totaal deden 1044 tuinbezitters mee aan de telling. De kolibrievlinder is 87 keer gezien en staat daarmee op de laatste plaats.

Winter

De Vlinderstichting is verheugd over de score van de dagpauwoog en de kleine vos. Die vlinders waren tot voor kort vrijwel verdwenen uit Nederland, maar komen nu dus weer vrij algemeen voor.

De stichting denkt dat de relatief lange en koude winter de soort goed heeft gedaan. Het bruine en het bonte zandoogje, de gamma-uil en het icarusblauwtje zijn het afgelopen weekeinde ook veel in tuinen gezien.

Het koevinkje, de koninginnepage en de kleine vuurvlinder zijn hier en daar opgedoken. Echt bijzonder is volgens de Vlinderstichting het aantreffen van een sleedoornpage in Wezep en een oranje luzernevlinder op enkele plekken in Zeeland.

Tevreden

In België wordt al veel langer een jaarlijkse vlindertelling gehouden. Daar bleek dit weekeinde de distelvlinder eveneens de winnaar. Op de tweede plaats staat het oranje zandoogje, dat in Nederland juist veel minder vaak is gezien.

De Vlinderstichting denkt dat het aantal getelde vlinders nog veel hoger was uitgevallen, als het zondag niet zulk slecht weer was geweest. Het regende in grote delen van het land vrijwel de hele dag.

Desondanks is de stichting tevreden. Ze is van plan de telling volgend jaar te herhalen.