LEIDEN - Sterrenkundige Simon Portegies Zwart gaat onderzoeken of zwarte gaten ook botsen als sterrenstelsels in elkaar schuiven.

Superzware zwarte gaten komen voor in de kernen van sterrenstelsels. Uit dit bijzondere hemellichaam kan geen licht of stof ontsnappen door de enorme zwaartekracht.

Portegies Zwart doet het onderzoek met een beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hij is verbonden aan de Sterrewacht Leiden van de Universiteit Leiden.

Sterrenstelsels worden steeds groter, doordat ze in elkaar schuiven. Wetenschappers veronderstellen dat de zwarte gaten in de kern ook samengaan.

Dat is echter niet zo eenvoudig. Het onderzoek moet uitwijzen wat er echt gebeurt.

Missen

Portegies Zwart zei dinsdagavond dat de zwarte gaten in de kern elkaar bij het ineenschuiven van de sterrenstelsels gemakkelijk kunnen missen. Ze blijven om elkaar heen draaien. Af en toe slingeren ze een ster met heel hoge snelheid weg.

Op dat moment kunnen ze iets dichter bij elkaar komen, doordat energie wordt ontnomen. Om in elkaar op te gaan, moeten ze zo dichtbij komen als de afstand van de aarde tot de zon.

Einstein

In dat geval is het snel gebeurd, aldus Portegies Zwart. Dat is onder meer berekend door de geleerde Albert Einstein. Zwarte gaten hebben een enorme zwaartekracht, ze zijn veel en veel zwaarder dan de zon.

Sommige hebben een miljard keer meer massa. Het zwarte gat in de kern van ons melkwegstelsel is vier miljoen keer zo zwaar als de zon.

Massa

Het is niet bekend hoe de superzware zwarte gaten in de kern zich vormen, wel dat die in grote sterrenstelsels zwaarder zijn dan die in kleinere. Dat betekent dat de massa van het zwarte gat in verhouding staat tot die van het sterrenstelsel.

Van de 'gewone' zwarte gaten in de sterrenstelsels is wel bekend hoe ze ontstaan. Het zijn in feite de stoffelijke overschotten van sterren. Hun massa is 'slechts' tussen de drie en twintig keer groter dan die van de zon.

Beurs

Met de beurs kunnen sterrenkundige en informaticus Portegies Zwart en zijn medewerkers vijf jaar onderzoek doen.

Dat bestaat vooral uit berekeningen met de computer, waarvan sommige maanden in beslag zullen nemen. De wetenschappers werken nauw samen met collega's in het buitenland, vooral in de Verenigde Staten en Japan.