Topsportersbrein gebruikt hersengebieden op efficiëntere manier

AMSTERDAM - Deze week wordt op Wimbledon gestreden om een van de meest prestigieuze titels in de tennissport. Wat is precies het verschil tussen de topsporters op de baan en de rest van ons gewone stervelingen?

Het verschil tussen de kampioen en de amateur zit niet alleen in de spieren of in beweging aansturende hersengebieden.

Een cruciaal verschil is te vinden in het vermogen om razendsnel beslissingen te maken op de baan, zo meldt website Kennislink op basis van een in Nature Neuroscience Review verschenen artikel.

Hersenwetenschappers Kielan Yarrow, Peter Brown en John Krakauer geven een overzicht van hoe het brein van een topatleet verschilt van het brein van een beginner of een amateur.

Hersenhelften

Bij toptennissers is er een verschil in grootte gevonden tussen de twee hersenhelften. Onze spieren, en dus ook onze bewegingen, worden in ons brein aangestuurd door de motorcortex.

De rechtermotorcortex regelt de linkerkant van het lichaam, terwijl de rechterkant van ons lijf door de motorcortex links wordt bestuurd.

Bij normale mensen zijn beide kanten ongeveer even groot. Bij topsporters is echter de kant die hun speelhand aanstuurt groter en beter ontwikkeld.

Voorspellen

Maar het topsportersbrein gebruikt ook gewone hersengebieden op een efficiëntere manier. Zo kunnen sporters beter en eerder voorspellen waar een tennisbal die op hen afvliegt terecht gaat komen.

Een amateur die tennis speelt bekijkt de baan van de bal van de tegenstander en beslist op basis daarvan wat hij gaat doen.

Een topspeler daarentegen, let op de armbewegingen van zijn tegenstander en voorspelt zo welke richting de bal uitgaat. Zo wint hij kostbare tijd, waardoor hij eerder in beweging kan komen.

Bijsturen

Om snel tot een goede beslissing te komen communiceren verschillende hersengebiedjes met elkaar. De prefrontale cortex (verantwoordelijk voor planning) staat in continu contact met de hersengebieden achter in het brein, die zicht en aandacht coördineren, en met de motorcortex.

Zo kan een topsporter voortdurend zijn eigen bewegingen bijsturen en adequaat reageren op wat er om hem heen gebeurt.

Resultaten

De drie wetenschappers die het onderzoek hebben gedaan menen dat de resultaten vooral van belang kunnen zijn voor het ontwikkelen van betere trainingsprogramma´s, maar beweren ook te kunnen gaan voorspellen wat de kansen zijn dat een beginnend atleet uiteindelijk een topsporter wordt.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie