AMSTERDAM - De mens heeft in het verre verleden afstand genomen van de apen, doordat hij leerde koken.

Voedsel bereiden werd mogelijk, nadat de mens het vuur had ontdekt en zo in de gelegenheid was gekomen om te koken.

Dat heeft een fundamentele verandering van de anatomie van de mens en zijn hersenen tot gevolg gehad.

Nieuwe kijk

Hoogleraar biologische antropologie Richard Wrangham van de universiteit van Harvard (Verenigde Staten) heeft wetenschappers over de hele wereld verrast met deze nieuwe kijk op het ontstaan van de mens.

Maandag verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam zijn boek Koken - over de oorsprong van de mens, waarin hij zijn theorie uiteen zet.

Chimpansees

Wrangham was een student van dame Jane Goodall, die wereldberoemd is geworden met haar chimpanseeonderzoek in Kenia en Tanzania.

Wrangham bestudeert het gedrag van chimpansees in Oeganda. Hij heeft meermalen een periode als aap onder de apen geleefd. Toen at hij onder andere hetzelfde als de chimpansees. Daardoor is hij tot zijn inzichten over het ontstaan van de mens gekomen.

Krachtiger

Wrangham stelt dat de mens zijn verzamelde voedsel nuttiger kon gebruiken, nadat het vuur was ontdekt. Sommige voedingsmiddelen zijn alleen gekookt verteerbaar.

De mens profiteerde ook meer van de eiwitten in vlees, nadat was ontdekt dat dat kon worden gebraden of gekookt. Daardoor ontwikkelde de mens zich krachtiger dan zijn soortgenoot de aap.

Groepsverband

Doordat de mens kampvuren aanlegde en maaltijden gezamenlijk bereidde en opat, ontstond bovendien het huishouden als samenlevingsvorm.

Dat groepsverband was ook nuttig tegen gevaren die de mens bedreigden. Het zorgen voor elkaar en het groepsleven hebben de intelligentie van de mens doen evolueren, aldus de bioloog. Volgens wetenschappers lijken zijn inzichten overtuigend te zijn.