DEN HAAG - 'Hersenloze' schelpdieren lijken toch min of meer na te denken. Tot die conclusie komen onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) op Texel.

De resultaten van het onderzoek worden woensdag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

De onderzoekers hielden elf opeenvolgende nazomers het gedrag van zogeheten nonnetjes op meer dan tweeduizend plekken in de westelijke Waddenzee in de gaten. Nonnetjes zijn een soort kokkels, maar dan kleiner en fijner. Ze staan niet op de menukaart, maar vogels zijn er dol op.

Tweede Wereldoorlog

Het gedrag van de nonnetjes doet volgens de wetenschappers denken aan dat van Duitse soldaten tijdens het beleg van Stalingrad in de Tweede Wereldoorlog. Naarmate de Duitse soldaten sterker verhongerden, begaven ze zich ondanks de risico's steeds meer op straat op zoek naar voedsel. De nonnetjes vertonen soortgelijk gedrag.

Wanneer de nonnetjes zich diep ingraven, zijn er het jaar erop meer nonnetjes. In zomers dat de nonnetjes dicht onder het oppervlak van een waddenplaat bleven en een makkelijke prooi voor vogels waren, nam de populatie het jaar daarna af. "Met hun ingraafgedrag geven nonnetjes dus aan hoe ze over hun eigen (reproductieve) toekomst denken", aldus de onderzoekers.

Stofzuigerslang

In theorie is dat gedrag volgens hen ook makkelijk te verklaren. Een nonnetje voedt zichzelf via zijn siphon, een soort stofzuigerslang. Hoe meer het beestje aan de oppervlakte zit, hoe meer voedsel het tot zich kan nemen.

"Maar helaas voor het nonnetje ook hoe groter de kans om als prooi door een vogel te worden bemachtigd." Om 'op safe' te spelen, zou het nonnetje zich dieper moeten ingraven. Maar dan krijgt het diertje minder voedsel binnen. "Het is voor het nonnetje dus altijd kiezen of delen."

Dat lijkt allemaal logisch, maar volgens de wetenschappers is "zulk verfijnd adaptief gedrag" zelden aangetoond. "En al helemaal niet bij 'hersenloze' ongewervelde dieren." De verbanden impliceren dat de nonnetjes op basis van hun eigen conditie en algehele gezondheid kunnen voorspellen hoe groot de kans is dat ze er volgend jaar nog zijn.