AMSTERDAM - Veel prehistorische rotswandschilderingen zijn niet in één sessie gemaakt, maar in een periode van duizenden jaren door vele generaties oermensen. Britse wetenschappers hebben dat ontdekt door op een alternatieve manier de leeftijd van grotschilderingen te onderzoeken.

De resultaten van hun studie zijn gepubliceerd op de website van de Britse onderzoekgroep Natural Environment Research Council. Onderzoeksleider Alistair Pike van de universiteit in Bristol gebruikte de zogenaamde uranium-thorium-methode om te bepalen hoe oud de dunne kalksteenlaag is, die zich in de loop der jaren heeft opgebouwd op rotstekeningen in de beroemde grot van Altamira in Spanje.

Archeologen

Uit het onderzoek blijkt dat aan sommige versieringen zeker 15.000 jaar lang is gewerkt. "Ze zijn duidelijk niet in één keer gemaakt", stelt Pike in de Britse krant Daily Telegraph. "En dat is in tegenspraak met de conclusies van archeologen die alle vondsten in dit soort grotten hebben toegeschreven aan één periode."

Tot nu toe werd de leeftijd van grotschilderingen meestal bepaald door houtskool of andere organische materialen in de versieringen te dateren aan de hand van koolstof. Volgens Bike is die methode echter niet betrouwbaar.

Veel ouder

"Als je nu in de grotten rondloopt, zie je nog steeds stukjes houtskool van duizenden jaren oud liggen. De artiesten uit de oertijd kunnen hun tekeningen dus best hebben gemaakt met houtskool die veel ouder is dan hun werk. Verder bevatten rotstekeningen maar weinig elementen die koolstof bevatten, dus kun je ze daarmee ook niet dateren."

De nieuwe datering van de rotstekeningen leidt mogelijk ook tot nieuwe inzichten over de makers. "Waarschijnlijk leefden de mensen niet in de grot die ze beschilderden", zegt Pike. "Het lijkt nu aannemelijker dat ze ergens anders woonden en dat het een traditie was om deze grotten te versieren. Misschien hadden de ruimtes een speciale betekenis."