AMSTERDAM - Een hersenscan gecombineerd met een zorgvuldige ondervraging kan met 97 procent zekerheid uitwijzen of iemand liegt. Dat blijkt uit een nieuwe Amerikaanse studie.

De onderzoekers van het commerciële recherchebedrijf Cephos legden honderden mannen en vrouwen van rond de 30 jaar onder een leugendetector die MRI-scans maakte van hun hersenen.

De proefpersonen moesten verschillende confronterende vragen beantwoorden. Sommigen antwoordden steeds met de waarheid, anderen kregen vooraf de opdracht om te liegen. Met de hersenscans slaagden de onderzoekers erin om in 97 procent van alle gevallen succesvol te bepalen of een proefpersoon een leugen vertelde of niet.

De resultaten van het experiment werden vorige week bekendgemaakt op een groot symposium van neurowetenschappers aan de universiteit van Akron in Ohio.

Bloed

Hersenscans worden al langer gezien als mogelijke leugendetectors, omdat er meer bloed naar het hoofd van mensen stijgt als ze een leugen vertellen. Hun hersenen krijgen dan meer zuurstof en veel gebieden (zoals bijvoorbeeld de slapen) lichten daardoor op tijdens de scan.

Maar tot nu toe ging er bij het beoordelen van de hersenscans nog regelmatig iets fout. Gemiddeld was de leugendetectie-methode slechts in 90 procent van alle gevallen betrouwbaar.

Tussenpozen

De onderzoekers van Cephos claimen dat ze een hogere score hebben bereikt door vragen niet in een hoog tempo op proefpersonen af te vuren, maar met tussenpozen.

"Het brein komt daardoor na elke vraag eerst weer terug in een normale staat", verklaart hoofdonderzoeker Steven Laken in het Britse wetenschappelijke tijdschrift New Scientist. "Hierdoor wordt de kans op foute aflezingen kleiner".

Laken verwacht dat de techniek van zijn bedrijf volgend jaar al als bewijsmateriaal wordt toegelaten in de Amerikaanse rechtszaal. "Voor zover ik weet heeft nog nooit iemand zo'n betrouwbare methode gedemonstreerd als wij."