TILBURG - De relatie tussen christelijke en joodse gelovigen was tot ver in de 11e eeuw nog hecht. Eerder werd aangenomen dat de scheiding van hun wegen in de eerste eeuwen van de jaartelling plaatsvond.

De nieuwe conclusie komt uit het proefschrift 'Establishing bounderies' van Elisabeth Boddens Hosang. Zij promoveert woensdag aan de Universiteit van Tilburg op het onderwerp.

Boddens Hosang deed onderzoek naar bronnen die tot nu toe niet waren geraadpleegd. De theologe nam concilieteksten uit de vierde tot de zesde eeuw onder de loep waarin kerkleiders iets zeggen over de relatie tussen christenen en joden. Tevens gebruikte zij archeologische bronnen.

Bezorgd

De christelijke kerkvaders blijken niet anti-joods te zijn geweest, maar bezorgd over de populariteit van het jodendom onder christelijke gelovigen.

Hun preken leken weliswaar anti-joods, maar in werkelijkheid waren de kerkleiders boos op hun eigen gelovigen. Dat kwam onder meer doordat sommige christenen landzegeningen lieten uitvoeren door joden, omdat een joodse zegen 'krachtiger' zou zijn.