DEN HAAG - Met een symposium wordt vrijdag in het Gemeentemuseum van Den Haag een twee jaar durend onderzoek naar de Victory Boogie Woogie, het laatste werk van Piet Mondriaan (1872-1944), afgesloten.

Het opvallendste nieuws werd in februari al bekend, namelijk dat Mondriaan het werk pas in de laatste negen dagen van zijn leven van de typerende stukjes tape voorzag. Daarmee kreeg het doek zijn ritmische karakter.

Het is niet heel waarschijnlijk dat hij het zo wilde laten, maar zekerheid zullen we daar nooit over krijgen, voegden de onderzoekers er donderdag aan toe. Mondriaan werkte echter eerder ook met tape om te zien hoe zijn lijnen zouden uitpakken.

Gevaar

De tapes leken kort na de dood van Mondriaan nog wel even in gevaar. Vrienden van de kunstenaar meenden te weten dat het de bedoeling was het werk in verf af te ronden, maar de toenmalige eigenares verhinderde dat de tapes voor dat doel werden verwijderd.

"De gedachte dat Mondriaan werkte volgens van tevoren bedachte recepten en strikt geometrische patronen uitvoerde, wordt door het onderzoek gelogenstraft", aldus de onderzoekers.

Complex

"Het werk blijkt zeer complex. Op het oppervlak zijn bijna zeshonderd vlakjes te zien die bijna geen van allen in de eerste fase van de opzet van de compositie te zien waren.

Elk vlakje blijkt te bestaan uit twee, drie of meer lagen van vaak verschillende tinten. In enkele gevallen zijn zelfs zeven verflagen waargenomen. Daarnaast zitten er dus honderden stukjes tape op."

Werkwijze

Dankzij de verschillende onderzoeksmethodes is het gelukt de werkwijze van Mondriaan te achterhalen, aldus de onderzoekers. De meester bemoeilijkte later onderzoek zelf door bijvoorbeeld al zijn schetsen weg te gooien.

Mondriaan werkte vanaf 1942 aan het doek, dat hij in 1944 in zijn atelier moest achterlaten toen hij naar het ziekenhuis werd gebracht. Ruim tien jaar geleden werd het doek voor 82 miljoen gulden verworven van een particulier in New York.