AMSTERDAM - Mensen die besmet zijn met parasitaire wormen zijn zeer waarschijnlijk veel vatbaarder voor het aidsvirus, blijkt uit een Amerikaans onderzoek dat deze week is gepubliceerd. Wetenschappers deden hiervoor testen met apen.

Met de onderzoeksresultaten hopen de wetenschappers te kunnen verklaren waarom grote delen van Afrika, met name bezuiden de Sahara, bijzonder hard zijn getroffen door het virus.

De infectie schistosomasis kan men oplopen in Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, de Caraïben en in delen van Azië. De grootste besmettingskans hebben mensen in het water, door te baden, te drinken of zich te wassen.

Apen

Bij het onderzoek onder apen kwam naar voren dat de kans op besmetting met het aidsvirus zeventien keer groter was bij de dieren die gastheer waren van parasitaire wormen, dan de apen die worm-vrij waren. De wormen komen binnen via de poriën, nestelen zich in de aderen en migreren vervolgens naar de longen en in een later stadium naar de lever.

"De aanwezigheid van de worm is als olie op het vuur" zegt Ruth Ruprecht van de Harvard Medical School tegen persbureau Reuters. "De bodem voor het virus om zich te ontwikkelen is dan veel steviger."

Mensen

Evan Secor, een van de onderzoekers, zegt dat de bevindingen waarschijnlijk ook van toepassing zijn op mensen. De talrijke besmettingen in Afrika hebben daarom zeer waarschijnlijk een verband met de onhygiënische watervoorziening. "Rond de Sahara woont tien procent van de wereldbevolking, maar die groep betekent ook tweederde van wereldbevolking met HIV en aids", aldus Secor.