ITTEREN - De Maas had tijdens de IJzertijd een belangrijke religieuze en rituele functie voor de toenmalige Keltische bewoners. Dat blijkt uit opgravingen langs de Maas bij Itteren, vlakbij Maastricht.

Dat liet de archeologe die leiding geeft aan de opgravingen donderdag weten.

De archeologen vonden daar de afgelopen dagen onverwacht enkele grafheuvels met as en beenderresten uit de periode van 600 tot 200 voor Christus.

Archeologe Angela Simons zei dat de Kelten langs de Maas vermoedelijk een riviergod vereerden. De opgravingen bij Itteren vinden plaats voorafgaand aan de aanleg van een nieuwe haven.

Steentijd

Simons verwachtte vondsten uit de neolitische steentijd (van 3000 - 2000 voor Christus) en vond die ook. Volgens haar waren de acrcheologen echter verrast door de vondst van nederzettingen en graven uit de IJzertijd (van 600 voor Christus tot aan de Romeinse tijd).

De opgravingen, die drie weken geleden begonnen, bewijzen dat het gebied langs de Maas bij Maastricht al 7000 jaar geleden bewoond werd. De latere Keltische graven in een nat gebied zo vlak bij de Maas wijzen op een cultus, aldus Simons.

Handel

De Kelten oefenden in de nederzettingen langs de Maas ook ambachten uit en dreven er handel. Ook werd er houtskool geproduceerd, nodig voor het smelten van ijzer. Verder zijn resten van weefgetouwen gevonden.

In de Romeinse tijd mengden de Kelten zich met de Romeinse bezetters, en de nakomelingen daarvan vormen de voorvaderen van onder meer de Limburgers, aldus Simons. De opgravingen duren nog vier weken. Daarna valt het gebied ten prooi aan de baggermachines.