AMSTERDAM - Nijmegen was in de Romeinse tijd van groter militair belang dan tot nu werd aangenomen. Dat is een van de conclusies van archeoloog Mark Driessen van de Universiteit van Amsterdam na uitgebreid onderzoek naar de status van Nijmegen in de Romeinse tijd.

Driessen promoveert woensdag op zijn onderzoek. De Romeinen kozen Nijmegen in 19 v.Chr. als legerplaats voor een legioen.

Het hele Romeinse rijk telde 25 tot 30 van dergelijke legerplaatsen, maar Nijmegen was de eerste in noordwest Europa. "Nijmegen is welbewust gekozen omdat het een logistiek knooppunt is met de Rijn en Maas op korte afstand", aldus Driessen.

Familieleden

In de eerste eeuw na Christus was de legerplaats circa 15 hectare groot. Er waren 6000 soldaten gehuisvest. In het dorp eromheen woonden naar schatting nog eens 6000 mensen, onder wie familieleden van de soldaten. Rond dezelfde tijd werd de houten bebouwing vervangen door steen.

Het bouwmateriaal kwam onder meer uit de Eiffel en werd over honderden kilometers vervoerd. Het ging in totaal om 30.000 kubieke meter bouwmateriaal. "Het onderstreept het belang van de legerplaats", aldus Driessen.

Gegevens

De onderzoeker interpreteerde voor zijn onderzoek alle archeologische gegevens die tussen 1950 en 1990 in Nijmegen naar boven zijn gekomen. Het is de eerste keer dat al die gegevens voor een onderzoek naast elkaar zijn gelegd en bekeken, aldus Driessen.

De wetenschapper deed ook onderzoek naar de 'monumentaliteit' van Romeins Nijmegen. "De conclusie is dat de legerplaats in feite een groot monument voor en door de soldaten was." De Romeinen woonden ruim vijf eeuwen in de stad aan de Waal. De laatste Romeinse vondsten dateren uit de vijfde eeuw na Christus.