AMSTERDAM - De mummie van Thorn moet rond 1600 hebben geleefd en het overschot is daarom niet van de laat 17e-eeuwse kanunnik Kwanjel (ook wel Quanjel).


Radiologen van AMC in Amsterdam leggen de mummie uit de Abdijkerk in Thorn onder de scanner

Teams van het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het Amsterdam Archeologisch Centrum concluderen dat uit onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben uitgevoerd.

Restanten van de oorspronkelijke kleding maken duidelijk dat de mummie een geestelijke was. Het gemummificeerde overschot kwam aan het eind van de 19e eeuw tevoorschijn uit een graf in de abdijkerk van Thorn waar meer geestelijken begraven hebben gelegen.

De resultaten van het speciale onderzoek maken duidelijk dat het overschot is van een zwaarlijvige 1,75 meter lange man die tussen 65 en 75 jaar oud is geworden, maakte het AMC dinsdag bekend. Sporen van aderverkalking en het ontbreken van gewrichtsslijtage tonen dat het ging om een persoon met aanzien en een welgestelde levensstijl. "Zware lichamelijke arbeid was hem vreemd."

Arm

Ook een als relikwie bewaarde arm werd door de wetenschappers onderzocht. Het zou gaan om de arm van de heilige Benedictus, maar de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek maakt dat onwaarschijnlijk, meldt het AMC.

Het lichaamsdeel is bijna duizend jaar oud terwijl Benedictus zes eeuwen eerder leefde. De heilige zou bovendien ongeschonden begraven liggen in de Frans abdij van Fleury in Saint Benoît-sur-Loire.

Slag om de arm

Maar deken Rene Maessen van Thorn houdt een 'slag om de arm' waar het gaat om de relikwie uit de elfde eeuw. "De arm mag dan niet aan Benedictus hebben toebehoord, waarschijnlijk is die van Benedicta, de eerste abdis van het klooster in Thorn", zei Maessen. "Benedicta leefde in de elfde eeuw, dus dat zou goed kunnen".

Maessen is niet bang dat bezoekers wegblijven uit Thorn na de ontmaskering van de mummie als niet-Kwanjel. "Het gaat om een belangrijk persoon, hier kan iemand die wil promoveren op een wetenschappelijk onderzoek, zijn tanden in zetten".

De grafvondsten zijn inmiddels gereinigd en geconserveerd en terug in de abdijkerk van de Sint Michaëlsparochie in Thorn. De resten worden daar tentoongesteld.