TILBURG - Posttraumatische stress stoornis (PTSS) is beter te behandelen als het niet langer wordt beschouwd als een angststoornis, maar als een woedestoornis.

Dat zei victimoloog Frans Willem Winkel dinsdag in een voorbeschouwing op zijn inaugurale rede aan de Universiteit van Tilburg.

In Nederland lijden tienduizenden mensen aan chronische PTSS. Het gaat in veel gevallen om slachtoffers van een geweldsmisdrijf (10 tot 15 procent van het totaal) of van huiselijk geweld. Klachten die gepaard gaan met PTSS zijn slapeloosheid, concentratieverlies en prikkelbaarheid.

Confronteren

Doorgaans worden de patiënten behandeld door ze te confronteren met hun traumatische ervaring en die te laten herbeleven. In een poging om het verleden te verwerken en de klachten te verhelpen.

Volgens Winkel berust PTSS niet zozeer op angstgevoelens maar op onverwerkte woede. Mensen met PTSS blijven kwaad op zichzelf en op de dader. Door zich te richten op de woede kan een therapeut PTSS effectiever behandelen.

Ontspannend

Winkel wijst in dat opzicht naar de zogeheten EMDR-methode waarbij patiënten met hulp van een therapeut oogbewegingen maken die ontspannend werken en daarmee de woede en stress weg kunnen nemen.

Het gaat om een relatief jonge therapie die wetenschappers verdeelt, maar die volgens Winkel zichtbaar positieve effecten heeft.

Risicofactor

Hij stelt verder dat mensen met PTSS een risicofactor kunnen vormen voor herhaling van een geweldsmisdrijf, vooral als het gaat om huiselijk geweld.

Slachtoffers met PTSS gebruiken zelf ook vormen van geweld waarmee ze hun partner kunnen aanzetten tot nieuw geweld. Behandeling van PTSS zou in dergelijke gevallen gewenst zijn, vindt Winkel.