STOCKHOLM - De Nobelprijs voor Geneeskunde gaat dit jaar naar twee Amerikanen, Mario Capecchi en Oliver Smithies, en een Brit, Martin J. Evans. Het trio krijgt de prijs voor hun embryonaal stamcelonderzoek.

Het Karolinska Instituut heeft dat maandag bekendgemaakt. Aan de voornaamste wetenschappelijke prijs voor medici is een geldbedrag van 1,1 miljoen euro verbonden.

De drie worden onderscheiden voor hun ontdekking van de principes op het gebied van genetische modificatie.

Genetica

Ze genieten bekendheid als de scheppers van de zogeheten 'knock-out' muis. Het maken van deze muizen is inmiddels een standaard onderzoekstechniek in de genetica.

Als de functie van een gen onbekend is, kunnen onderzoekers daar aanwijzingen over krijgen door een muis te maken waarbij het bewuste gen is uitgeschakeld ('knock-out'). Vaak loopt er door die ingreep iets mis in de embryonale ontwikkeling of later bij de stofwisseling of de voortplanting.

Functie

Verwijdering van genen waarvan wordt gedacht dat ze belangrijk zijn, blijkt lang niet altijd een groot effect te hebben. Deze knock-out studies maken duidelijk dat er maar weinig bekend is over de functie van genen, maar ook dat studies in gekweekte cellen daar in veel gevallen geen goed zicht op geven.

Door het maken van knock-outs van tumoronderdrukkende genen is het wel mogelijk hun rol bij het ontstaan van kanker in detail te bestuderen.