AMSTERDAM - Vrouwen van 35 jaar en ouder die door middel van IVF een kind willen, lopen juist meer risico niet zwanger te raken als de behandeling wordt gecombineerd met genetisch onderzoek van het embryo voordat het is ingeplant.

Dat hebben onderzoekers van medische centra in Amsterdam, Groningen en Leeuwarden woensdag bekendgemaakt.

Van de onderzochte vrouwen die de zogenoemde pre-implantatie genetische screening (PGS) ondergingen, kreeg 24 procent een kind. Van de vrouwen die een vruchtbaarheidsbehandeling ondergingen zonder de screening, kreeg 35 procent een baby. De screening is juist bedoeld om de kans op een succesvolle zwangerschap te vergroten.

De methode wordt in Nederland alleen gebruikt voor onderzoek, maar in onder meer Amerika, België en Engeland gebeurt dit regelmatig. De resultaten van het Nederlandse onderzoek verschijnen woensdag op de internetpagina van het wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Oorzaak

"Na IVF-behandeling is het aantal zwangerschappen bij vrouwen van 35 jaar en ouder relatief laag. Een mogelijke oorzaak is de toegenomen kans in deze groep op embryo's met chromosomale afwijkingen. Met PGS kunnen sommige genetische fouten in een vroegtijdig stadium worden opgespoord. Door alleen embryo's in de baarmoeder terug te plaatsen die vrij zijn van deze fouten zou het succespercentage van vruchtbaarheidsbehandelingen moeten toenemen", aldus de onderzoekers. "Nu blijkt dat PGS juist het tegenovergestelde bewerkstelligt: minder zwangerschappen en minder kinderen." Omdat de werkzaamheid van de screening nooit goed was onderzocht, adviseerde de Gezondheidsraad in 2006 de methode uitsluitend toe te staan voor onderzoek. Wereldwijd wordt de screening echter veelvuldig aangeboden. Vooral in privéklinieken in de Verenigde Staten wordt er veel geld mee verdiend.