NIJMEGEN - Veel scholieren met talent voor exacte vakken kiezen toch niet voor het profiel dat daar het beste bij aansluit. Uit vrijdag verschenen onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat 43 procent van de meisjes en 31 procent van de jongens in vwo-3 bij hun profielkeuze hun bètatalent niet optimaal benutten.

Volgens onderzoekster Annemarie van Langen kiest slechts één op de vijf meisjes met hoge prestaties in de exacte vakken voor het daarbij passende profiel natuur en techniek. Naast de sekse zijn de voorkeur van leerlingen voor opleiding en beroep en de adviezen van ouders en school de belangrijke factoren die maken dat bètatalent onbenut blijft.

De mening van leerlingen over het vak natuurkunde is een belangrijke voorspeller voor het al dan niet benutten van bètatalent. Als ze er plezier in hebben en het nuttig vinden voor hun eigen toekomst, is de kans groot dat ze het exacte profiel kiezen.

VWO

Van Langen van Onderzoeksinstituut ITS Nijmegen onderzocht gegevens van meer dan 1600 vwo-leerlingen die in 1999/2000 in de eerste klas van het voortgezet onderwijs kwamen. Ze zijn vanaf dat moment een aantal jaren gevolgd.

Scholieren met een gemiddeld cijfer van 7,5 of hoger voor de vakken wiskunde, natuurkunde en scheikunde zijn zeker geschikt voor een keuze van het profiel natuur en techniek, vindt Van Langen. Van de meisjes bleek op grond van dit criterium 26 procent geschikt te zijn voor het N&T-profiel en van de jongens 37 procent.

Belangstelling

Ruim de helft van al deze meisjes kiest echter toch voor natuur en gezondheid, omdat ze meer belangstelling hebben voor een opleiding in de zorgsector. Daarbij kregen ze ook een negatief advies van hun ouders over natuur en techniek. Meer dan een kwart kiest voor een maatschappijprofiel.

Bij de profielkeuze benutten vwo-jongens hun bètatalent beter, maar ook niet optimaal. De kans dat jongens met exact talent kiezen voor een maatschappijprofiel wordt vooral groter naarmate zij meer interesse hebben in een vervolgopleiding in economie.

Van Langen beklemtoont het belang van heldere en brede studie- en beroepsvoorlichting, zowel voor scholieren als voor ouders en scholen. Dat zorgt ervoor dat de leerlingen beter geïnformeerd zijn. Veel leerlingen ontwikkelen waarschijnlijk voorkeuren zonder precies te weten wat de meeste studies en beroepen precies inhouden, meent ze.