'Antroposofische geneesmiddelen moeten geregistreerd'

LUXEMBURG - Antroposofische geneesmiddelen moeten net als 'gewone' medicijnen correct worden geregistreerd en de therapeutische werkzaamheid moet zijn aangetoond.

Antroposofische geneesmiddelen kunnen niet vallen onder de vereenvoudigde registratieprocedures voor homeopathische producten of voor traditionele kruidengeneesmiddelen.

Dat blijkt een conclusie van advocaat-generaal Bot van het EU-Hof van Justitie, in antwoord op prejudiciële vragen van de Nederlandse Hoge Raad. De conclusie is een opsteker voor de Nederlandse Staat.

De vorige ministers van Volksgezondheid stonden sinds 2002 op het standpunt dat antroposofische middelen volgens EU-regels niet mogen worden bereid en verhandeld zonder correcte registratie als geneesmiddel.

Volgens antroposofische organisaties maakt dat de handel in de praktijk onmogelijk omdat de werking van antroposofische organisaties volgens objectieve medische criteria moeilijk kan worden aangetoond.

Ze stapten daarom in 2003 in Nederland naar de rechter en kregen in kregen gedeeltelijk hun zin toen de rechter bepaalde dat de medicijnen gedurende een bodemprocedure over de zaak niet van de markt mogen worden gehaald.

In die procedure stelde de Hoge Raad de prejudiciële vragen aan het EU-Hof van Justitie in Luxemburg. Dat doet over enkele maanden - op basis van het niet-bindende advies van de advocaat-generaal - definitief uitspraak.

Tip de redactie