UTRECHT - Mannen met een afwijkend geslachtschromosoom kunnen moeilijk omgaan met emoties en complexe sociale situaties. Dit kan leiden tot problemen in relaties of op het werk.

Dit blijkt uit onderzoek naar mannen met het zogenoemde Klinefelter-syndroom van onderzoekster Sophie van Rijn dat het Universitair Medisch Centrum Utrecht maandag bekend maakte.

Van Rijn deed diepgaand onderzoek door Klinefelter-mannen en controlemannen de betrouwbaarheid van gezichten in te laten schatten, waarbij het sociale hersennetwerk hard moet werken. Bij de controlegroep leidde dit tot hoge activiteit in het sociale hersennetwerk. Bij de Klinefelter-mannen gebeurde dat niet.

Het gedrag van Klinefelter-mannen blijkt op sommige vlakken overeen te komen met mensen mensen die lijden aan autisme of schizofrenie. Omdat ook de onderliggende neurobiologische afwijkingen vergelijkbaar zijn, zou onderzoek naar het Klinefelter-syndroom kunnen helpen de oorzaak van deze aandoeningen beter te begrijpen.

Aangeboren

Het syndroom van Klinefelter is een aangeboren aandoening, waarbij sprake is van één of meer extra vrouwelijke geslachtschromosomen bij de man. De meeste Klinefeltermannen zijn onvruchtbaar en hun vetverdeling is vrouwelijk verdeeld. In Nederland hebben 12.000 mannen dit syndroom, maar veel weten dat niet omdat het syndroom vaak niet herkend wordt.