GRONINGEN - Als kinderen van ouders met een manisch-depressieve stoornis een depressie krijgen, hebben die een verhoogd risico zelf ook manisch-depressief te worden.

Dat blijkt uit onderzoek van Manon Hillegers van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hillegers promoveert op 9 mei aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Energiek

Mensen die manisch-depressief zijn wisselen zware depressies af met periodes waarin ze erg energiek zijn. Tussendoor kunnen ze heel normaal functioneren. In Nederland komt een manisch-depressieve stoornis, ook wel bipolaire stoornis genoemd, bij 1 à 2 procent van de bevolking voor en begint meestal tussen het 15e en 25e jaar.

Hillegers onderzocht 140 kinderen tussen 12 en 21 jaar uit 86 gezinnen met een manisch-depressieve ouder. Bij de kinderen werd bloed afgenomen en ze werden psychiatrisch onderzocht en psychologisch getest.

Kwetsbaarheid

Volgens Hillgers kunnen stressvolle gebeurtenissen (als een verhuizing of het overlijden van een huisdier) en schildklierafwijkingen aanzienlijk bijdragen aan de kwetsbaarheid van deze kinderen. Over de oorzaken van de stoornis is nog weinig bekend.

Vrijwel alle kinderen die uiteindelijk een bipolaire stoornis ontwikkelden, hadden eerst een depressieve periode. De meeste patiënten hebben al jaren klachten. Het kan jaren duren voordat de diagnose manisch-depressiviteit wordt gesteld.