DORDRECHT - De archeologische vondsten in Dordrecht zijn veel omvangrijker dan in eerste instantie werd gedacht. Tot nu toe hebben archeologen 45 graven en skeletten ontdekt, daterend uit de periode tussen 1000 en 1421.

"Op dit moment gaan we ervan uit dat het uiteindelijke aantal rond de tachtig zal komen te liggen", meldde archeoloog Mark Spanjer woensdag.

De vondsten zijn gedaan tijdens graafwerkzaamheden voor rioleringen. In eerste instantie werden vijf kisten met skeletten gevonden, maar al gauw werden dit er meer. Spanjer spreekt over een verrassende vondst.

Begraafplaats

Hij vermoedt dat de botresten behoorden bij de begraafplaats van Wolbrandskerke, een van de blootgelegde verdronken dorpen uit de Sint Elizabethsvloed van 1421. "De vondst is vooral verrassend omdat we tot nu toe weinig weten van dit gebied en er bijna nooit vondsten doen."

Behalve skeletten zijn ook restanten van een kerk gevonden. "Vorig jaar stuitten we bij bouwwerkzaamheden per toeval al op een gedeelte van deze kerk. Ook zijn toen zestien graven ontdekt die aan de noordzijde van de kerk lagen. Wij weten dat het hierbij gaat om arme mensen.

Langer

De lichamen die we nu hebben ontdekt, liggen begraven aan de zuidzijde van de kerk. Hier gaat het om welvarender mensen. Dit blijkt uit de betere graven en dat de mensen langer zijn."

Wat er met de restanten van de kerk gaat gebeuren, is nog niet duidelijk. "Uiteraard wordt alles gedocumenteerd, maar of de restanten ook ergens ondergebracht gaan worden is onbekend. De skeletten worden wel allemaal overgebracht naar het laboratorium waar ze worden onderzocht."

Tentoonstelling

Volgens Spanjer komen de menselijke resten uiteindelijk terecht in het stadsdepot van de gemeente Dordrecht. In het Dordts museum is een tentoonstelling ingericht over de opgravingen.

Behalve verschillende archeologen zijn ook medewerkers van het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) bij de opgravingen aanwezig.

Training

In tegenstelling tot eerdere berichten, zijn zij niet direct betrokken bij het onderzoek. "Het NFI is alleen voor interne training aanwezig. Dit heeft te maken met de aard van het onderzoek. Wij als archeologen zijn geïnteresseerd in de botresten, het NFI is geïnteresseerd in zaken als maaginhoud en dergelijke", verduidelijkte Spanjer.