'Zangvogels helpen bij studie spraakstoornissen'

AMSTERDAM - Zebravinken leren op dezelfde manier zingen als mensen leren praten. Dat blijkt uit een onderzoek van twee Utrechtse biologen. De ontdekking kan volgens de wetenschappers belangrijke gevolgen hebben voor onderzoek naar spraakstoornissen.

Mensen die praten gebruiken een ander deel van de hersenen dan wanneer ze het praten aanleren. Lange tijd werd gedacht dat de mens daarin uniek is. Maar volgens Sharon Gobes en Johan Bolhuis van de Universiteit Utrecht is nu gebleken dat dit mechanisme ook voorkomt bij zebravinken. Deze zangvogels gebruiken verschillende delen van hun hersenen voor het onthouden van liedjes en het zingen van deze liedjes.

Model

De ontdekking is volgens de wetenschappers een sterke aanwijzing dat de menselijke spraak en de zang bij zangvogels op zich op eenzelfde manier heeft ontwikkeld. Dit betekent dat zangvogels een goed model kunnen vormen om menselijke spraak en spraakstoornissen te bestuderen. Mogelijk leidt de nieuwe ontdekking tot een beter begrip van de oorzaken van spraakverval bij doven of stotteren, stellen Gobes en Bolhuis.

Apen

Tot nu toe gebruikte men meestal apen om de hersenmechanismen van spraakverwerking te onderzoeken, omdat deze genetisch het dichtst bij de mens staan. De geluiden die apen maken zijn echter aangeboren, zodat wetenschappers bij dit model geen conclusies konden trekken over het aanleren van spraak.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie