UTRECHT - Jongeren tussen de 11 en 16 jaar waren in 2005 iets minder gelukkig dan vier jaar eerder. Gaven de scholieren hun leven in 2001 een 8,0 als cijfer, in 2005 was dat een 7,7.

Dat bleek woensdag uit een grootschalig onderzoek onder 7000 scholieren door het Trimbos-instituut, het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en de Universiteit van Utrecht, gehouden in 2005.

Uit de studie naar gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland blijkt dat leeftijd een grote rol speelt bij die twee aspecten. In groep 8 van de basisschool (11 jaar) leven de kinderen nog tamelijk gezond.

Pubers

Ze ontbijten bijna allemaal, roken en drinken nauwelijks, sporten regelmatig en zijn gelukkig. Jongeren van 16 vertonen een heel ander beeld, zo blijkt.

Vooral meisjes maken in de pubertijd een ongunstige ontwikkeling door. Ze gaan ongezonder eten, minder bewegen, hebben meer lichamelijke klachten, ervaren veel druk door schoolwerk en voelen zich te dik.

Problemen

Een op de drie meisjes van 16 heeft serieuze emotionele problemen. Jongens hebben vooral gedragsproblemen. De meiden roken evenveel als jongens en drinken en blowen nauwelijks minder.

Volgens het onderzoek verdienen vooral jongeren in de laagste opleidingsniveaus aandacht. Net als in 2001 vormen de scholieren op het vmbo in 2005 de grootste risicogroep.

Zij hebben meer problemen, vertonen meer risicogedrag en een minder gezonde leefstijl. Zo roken en drinken vmbo-scholieren meer en vaker en gebruiken ze iets vaker cannabis.

Snoepen

Verder blijkt uit de studie dat het aantal basisschoolleerlingen dat elke dag snoept of frisdrank drinkt met 10 procent is gedaald.Ook de frisdrankconsumptie in het voortgezet onderwijs is iets afgenomen, van 47 naar 41 procent. Alle scholieren zijn meer gaan bewegen.

Meer dan 80 procent van de ondervraagden noemt zijn eigen gezondheid goed tot uitstekend. Wel laat 60 procent weten de afgelopen maand medicijnen te hebben geslikt tegen bijvoorbeeld hoofdpijn of slaapproblemen.

Alcohol

Jongeren beginnen nog steeds jong met alcohol en ze drinken vaak en veel. In 2003 dronk 64 procent van de scholieren minimaal vijf glazen per keer, in 2005 was dat opgelopen tot 75 procent. Het cannabisgebruik is gelijk gebleven.

Van de 12- tot en met 16-jarigen heeft ruim 16 procent seks gehad. Dat wijkt niet af van het aantal in 2001. Het condoomgebruik onder 16-jarigen is in die periode toegenomen van 72 naar 82 procent.