Raketwetenschappers en neurochirurgen zijn niet per definitie slimmer dan mensen die een ander beroep hebben. Dat is de conclusie van Britse onderzoekers in een onderzoek dat gepubliceerd werd in de British Medical Journal.

De onderzoekers wilden uitzoeken of de algemene vooroordelen over de zogenoemde 'slimme beroepen' terecht waren. Zeggen dat iets geen raketwetenschap of hersenoperatie is, is een Engelse uitdrukking om aan te geven dat een taak niet al te moeilijk zou moeten zijn. Omdat wetenschappelijke beroepen het risico lopen op te weinig aanwas de komende jaren, hopen de onderzoekers enkele vooroordelen weg te nemen om de beroepen aantrekkelijker te maken.

329 ruimtevaartingenieurs en 72 hersenchirurgen werden gevraagd om een serie cognitieve tests uit te voeren, gericht op bijvoorbeeld geheugen, aandacht en probleemoplossend vermogen. Die resultaten legden de onderzoekers vervolgens naast de data van zo'n achttienduizend Britten die dezelfde opdrachten hadden uitgevoerd.

De neurochirurgen waren beter dan raketwetenschappers in het oplossen van taalgerelateerde problemen, zoals het uitleggen van moeilijke woorden. De raketwetenschappers hadden op hun beurt een betere aandachtsspanne en waren beter met visuele en ruimtelijke vraagstukken. zoals het herkennen en draaien van afbeeldingen.

Vergeleken met de data van de 'gewone' Britten, toonden raketwetenschappers op alle onderdelen geen statistisch relevant verschil. Hersenchirurgen scoorden ten opzichte van andere beroepsgroepen beter op het gebied van oplossen van problemen, maar slechter op geheugen. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat er bij hersenoperaties snel beslissingen genomen moet worden onder stressvolle omstandigheden.

"Het is mogelijk dat hersenchirurgen en raketwetenschappers onterecht boven andere beroepen worden geplaatst wat betreft benodigde intelligentie", concluderen de onderzoekers. Ze stellen voor meer onderzoek te doen om erachter te komen voor welke beroepen wel een significant hogere intelligentie gevraagd wordt.