Duitsland-Nederland op maandag wordt interland 798, geteld vanaf de eerste officiële landenwedstrijd van Oranje in 1905. Maar daarvoor voetbalde het Nederlands elftal ook al. Quest dook in de archieven, op zoek naar de vroegste geschiedenis van Oranje.

De allereerste wedstrijd van een Nederlands nationaal voetbalelftal werd gespeeld op woensdag 7 februari 1894.

"Hedenmiddag te twee uur", schreef het Rotterdamsch Nieuwsblad die dag, speelde "een elftal, samengesteld uit de beste krachten, waarover de Nederlandsche voetbalwereld kan beschikken", tegen de Engelse club Felixstowe. "De uitslag was, dat de Hollanders de match verloren; de Engelschen maakten 1 goal; de Hollanders geen enkele."

Een van de spelers van dat elftal was Jan Kan, de vader van de latere cabaretier Wim Kan. Kan speelde verschillende keren voor het officieuze Nederlands elftal. Dat deed hij ook de eerste keer dat de ploeg een wedstrijd won: op 10 april 1898 werd het team English Wanderers met 7-0 verslagen.

De eerste interland

De eerste duels die het Nederlands elftal speelde, waren dus niet tegen andere landen maar tegen clubs. De eerste wedstrijd tegen een ander land vond pas plaats op 28 april 1901, tegen België. Die eerste derby van de Lage Landen werd gespeeld om de Coupe Van den Abeele, een wisselbeker die was vernoemd naar erevoorzitter Frédéric van den Abeele van de Antwerpse club Beerschot.

Maar de competitie van de eerste klasse in Nederland mocht niet worden verstoord. Daarom bestond de Nederlandse selectie bijna volledig uit spelers van de Rotterdamse tweedeklasser Celeritas. Het werd 8-0 voor België. Ook in 1902, 1903 en 1904 wonnen de Belgen de beker.

In 1904 werd voetbal een stuk officiëler, nadat de wereldvoetbalbond FIFA was opgericht. Vanaf dat moment waren wedstrijden tussen landen geen vrijblijvende partijtjes meer, maar echte interlands. Daarom telt de wedstrijd die Nederland op 30 april 1905 tegen België speelde pas als eerste officiële interland. Het ging weer om de Coupe Van den Abeele. Omdat de Nederlanders die tot dan toe steeds hadden verloren, stond die beker in de volksmond laatdunkend bekend als 'het koperen dingetje'.

'Een kranige overwinning'

De verwachtingen waren in 1905 niet hooggespannen. "Toen zij gistermorgen 9 uur 18 in den trein stapten, om in Antwerpen 'het koperen dingetje' te gaan halen, dachten maar weinigen dat dit bewaarheid zou worden", schreef het Rotterdamsch Nieuwsblad. Nederland kwam in de tachtigste minuut aan de leiding door een doelpunt van Eddy de Neve. Kort daarna werd het door een eigen doelpunt gelijk. In de verlenging maakte De Neve zich met nog eens drie doelpunten onsterfelijk: 1-4 was de eindstand. "Het Nederlandsche elftal heeft een kranige overwinning op onze naaste buren bevochten", aldus de Rotterdamse krant.

Na 1905 speelden Nederland en België nog dertien keer om 'het koperen dingetje'. In totaal won België drie keer, het werd drie keer gelijk en acht keer ging de beker mee naar Nederland. De laatste wedstrijd om de Coupe Van den Abeele was in 1925. Toen de Belgische voetbalbond het jaar daarna besloot de thuiswedstrijden van de 'Rode Duivels' niet meer op het veld van Beerschot te spelen, maar op dat van FC Antwerp, eiste de familie Van den Abeele uit protest de beker op. 

Hoeveel weet jij van voetbal? Test het in deze voetbalquiz van Quest