De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft uitspraak gedaan in vier zaken rondom het beleid Hulp bij het Huishouden +. In alle gevallen heeft de rechtbank de bezwaarmakers in het gelijk gesteld en dat betekent dat de gemeente Roosendaal terug moet naar de tekentafel voor een nieuw beleid rondom hulp bij het huishouden + (HBH+).

Op 1 juli 2017 heeft de gemeente Roosendaal een nieuw beleid ingevoerd rondom de Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet is in 2015 ingegaan en houdt in dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

"Wij hebben er destijds, net als veel andere gemeenten in Nederland, voor gekozen om bij de mensen resultaatgericht te indiceren", vertelt wethouder Inge Raaijmakers. Daarbij wordt niet in uren aangegeven hoe lang een huishoudelijk hulp bij een cliënt komt werken, maar er wordt gekeken naar wat nodig is om als resultaat een schoon en leefbaar huis te krijgen.

In totaal vonden er destijds zo'n 1700 indicaties plaats, waarbij 154 cliënten het niet eens waren met die nieuwe indicatie. Een groot deel van hen is naar de rechtbank gestapt. De uitspraak van afgelopen week betreft vier van die cliënten.

Echtpaar klaagt over te weinig hulp door nieuw beleid

Daarbij gaat het onder andere om een echtpaar dat voor het nieuwe beleid van 2017 recht had op 2 uur en 30 minuten ondersteuning per week. Maar, sinds het nieuwe beleid is hun huis naar eigen zeggen vervuilt, omdat ze te weinig huishoudelijk hulp krijgen.

Ondertussen kunnen de man en vrouw steeds minder zelf. Volgens hen wordt er te weinig aandacht geschonken aan de problemen met de wasverzorging en er is te weinig aandacht voor het ontlasten van de man als mantelzorger van zijn vrouw. De rechtbank geeft hen gelijk en heeft daarom besloten dat de man 5 uur en 15 minuten per week huishoudelijke ondersteuning gaat krijgen.

Wethouder wijst op eerdere uitspraken

"Er zijn in het verleden meerdere uitspraken geweest. In het oosten van het land waren de rechtbanken negatief over het resultaat gericht indiceren. In het midden en het noorden van het land was men positiever en vond men dat je wel resultaat gericht mag indiceren, zonder daar uren aan te hangen", vertelt wethouder Raaijmakers.

"Wij vinden echt dat ons beleid het beste aansluit op de doelstelling van de Wmo, omdat we op deze manier echt maatwerk kunnen bieden aan onze inwoners." Daarom besloot de gemeente Roosendaal toch de gang naar de rechtbank te maken.

"Maar tijdens die procedure, begin oktober 2018, heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan over het resultaatgericht indiceren en in die uitspraak werd gezegd dat je alleen resultaatgericht mag indiceren als er ook uren aangehangen worden." Sindsdien volgen alle rechtbanken die uitspraak en dus ook de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Gemeente gaat na carnaval met partners in gesprek

"Voor ons is dat jammer, dat het niet mogelijk is om te indiceren op de manier zoals we het voor ogen hadden. Maar het is niet anders." De gemeente gaat dan ook niet verder procederen. "We gaan na de carnaval met alle partners in gesprek om het beleid aan te passen, zodat het voldoet aan de eisen van de rechtbank. We zullen daarmee gewoon aan de slag moeten en we moeten er uren aan verbinden."

Hoe de gemeente dat gaat doen, dat wordt nog onderwerp van discussie. "Dat willen we echt samen met de bemiddelaar en de partners bespreken." Uiteindelijk hoopt de wethouder dat er eind van dit jaar een nieuw beleid ligt.

"Maar we moeten hierbij ook de gemeenteraad betrekken. We willen in ieder geval allemaal hetzelfde en dat is goede zorg voor onze inwoners, maar de manier waarop we dat kunnen doen is gewoon even lastig." Voor de ruim 1600 cliënten die geen bezwaar hebben ingediend, verandert er voorlopig niets.