In de zomer kunnen veel mensen het wat rustiger aan doen. Maar er zijn ook Nederlanders die juist in dit seizoen flink aan de bak moeten. Hoe ziet hun dag eruit? En wat doen ze eigenlijk in de winter?

Hij is met geen mogelijkheid te missen: de felgekleurde ijscowagen van de 52-jarige Agnes Hensen en haar dochter Frederique in 't Veld (30). Van 's middags tot 's avonds zijn ze op pad om koude lekkernijen te verkopen.

Ze rijden niet dwars door Nederland, maar door bergdorpjes in Oostenrijk. Samen besloten ze de sprong te wagen om ijs te verkopen in het buitenland.

Het was wel even een omschakeling voor Hensen, maar inmiddels voelt ze zich helemaal thuis in Oostenrijk. "Vooral de taal was flink wennen", geeft ze toe. "Ik spreek heel slecht Duits. Maar ik praat gewoon met iedereen. Dat is de snelste manier om het onder de knie te krijgen. Inmiddels kent iedereen ons wel. Dat kan ook niet anders als je met een roze ijsbus rondrijdt."

Geen moment spijt

Haar dochter verhuisde al een paar jaar eerder voor de liefde naar het Alpengebied. Maar door de coronacrisis verloor ze haar baan en keerde ze terug naar haar moeder in Schiedam. Daar kwamen ze samen op het idee om ijs te gaan verkopen. Na een paar maanden proefdraaien ging Hensen met haar dochter mee op avontuur in het buitenland. En daar hebben ze beiden geen moment spijt van gehad.

"Elke dag vullen we aan het eind van de ochtend de bus en gaan we op pad. We hebben verschillende routes langs de dorpjes", vertelt Hensen. "Eén keer per week hebben we geen plan en rijden we lukraak ergens heen om ijsjes te verkopen."

De Oostenrijkers moesten wel even wennen aan de twee Hollandse dames. "In het begin viel de verkoop wat tegen. Mensen zagen een geel kenteken en we werden flink genegeerd. Ze dachten dat we snel geld kwamen verdienen en geen belasting betaalden. Inmiddels weten ze wel beter."

“Ze hebben hier niet zulke lekkere popcorn als bij ons in Nederland. Dus die laten we naar ons opsturen, want de mensen hier zijn er gek op.”
Agnes Hensen

'Ze rennen achter ons aan'

Zodra het vrolijke deuntje van de ijscowagen klinkt, staan de mensen al op straat te wachten. "Ze komen gelijk tevoorschijn als we langsrijden. Of ze rennen achter ons aan als we niet lang genoeg hebben gewacht."

Net als in Nederland zijn de smaken vanille, aardbei en chocolade het populairst. "Als je geen vanille bij je hebt, kun je beter thuisblijven. Ons Oreo-ijs is tegenwoordig ook een bestseller. Dat kenden ze hier nog niet."

Naast ijsjes verkopen de twee ook snoepgoed. De etalage van de felgekleurde bus staat vol met popcorn, suikerspinnen en reuzenlolly's. Vooral de popcorn blijkt een ware hit. "Ze hebben hier niet zulke lekkere popcorn als bij ons in Nederland. Dus die laten we naar ons opsturen, want de mensen hier zijn er gek op."

Blije kindergezichtjes

Tot Halloween rijden moeder en dochter dagelijks door de bergen. Daarna zit het ijsseizoen erop. "Frederique maakt in die maanden schoon. Dat is hier een goedbetaalde baan. Zelf heb ik er nog een eigen bedrijf naast in debiteurenbeheer. Dan bel ik naar bedrijven als ze een factuur niet op tijd hebben betaald en ga ik erachteraan. Dat is ideaal te combineren met ons werk hier."

Toch staat ze het liefste in de ijscowagen. "Het is zo leuk om nieuwe mensen te ontmoeten en blije kindergezichtjes te zien. De mensen zijn hier ook veel netter. In Nederland hadden we last van kinderen die op de bus klommen, waardoor we sommige wijken echt meden. Hier heb je daar helemaal geen last van en is iedereen juist blij ons te zien."