De keuze van een baan hangt voor veel mensen samen met de plaats waar ze wonen. Tegelijkertijd kiezen we vaak een nieuw huis op niet al te grote afstand van waar we werken. In de arbeidsmarkt staan nu veel vacatures open, maar in de woningmarkt zit nog niet veel beweging. Hebben de twee invloed op elkaar?

Werk en wonen kun je niet los van elkaar zien, zegt onderzoeker Christian Lennartz van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). "Collectief gezien: hoe meer we met z'n allen verdienen, hoe meer we kunnen lenen en dus meer voor een huis kunnen betalen. Dat zien we terug in de woningprijzen."

Daarnaast heeft je baan ook invloed op je verhuisplannen. "Als de pendelafstand tussen je huis en werk te groot is, stijgt de kans dat je gaat verhuizen of een andere baan zoekt."

Toch zijn er weinig mensen die puur vanwege hun baan verhuizen. "5 tot 7 procent van de mensen verhuist voornamelijk vanwege zijn werk. Veel vaker verhuizen ze vanwege gezinsuitbreiding of omdat ze gaan samenwonen. Dan moeten ze op zoek naar een groter huis. Andersom kan ook, dat ze een kleiner huis moeten zoeken vanwege een scheiding of omdat de kinderen uit huis gaan."

“Het vinden van een nieuwe woning is tegenwoordig moeilijker dan het vinden van een nieuwe baan.”
Christian Lennartz, Planbureau voor de Leefomgeving

Minder mensen verhuizen

In 2021 zijn er volgens statistiekbureau CBS in totaal 1,8 miljoen mensen verhuisd. In 2022 zijn er tot en met mei zo'n 680.000 mensen van woning veranderd. Dat zijn er 105.000 minder dan vorig jaar. "Een dergelijke daling is al een paar jaar aanwezig", zegt Frank Notten, woordvoerder van het CBS.

Een mogelijke (mede)oorzaak van de daling in het aantal verhuizingen is het salaris. Lennartz: "De stijging van de huizenprijzen en het loon lopen de laatste jaren niet gelijk op. De huizenprijzen zijn veel harder gestegen dan het loon. Hierdoor zijn huizen voor sommige beroepsgroepen moeilijker te betalen."

Een collectieve loonsverhoging is niet de ultieme oplossing voor de verhitte woningmarkt, stelt hij. "Een individu heeft er daarentegen wel profijt van, want die kan dan wel een groter huis kopen. Diegene heeft minder effect op de huizenmarkt dan het collectief."

Buiten het stadscentrum wonen

Sommige mensen zullen er ook voor kiezen om naar een goedkoper gebied - buiten het stadscentrum - te verhuizen. "Hier krijgen mensen meer huis voor hetzelfde geld", zegt Lennartz.

Deze trend ontstond volgens het CBS vóór de coronacrisis. Toen verhuisden al meer mensen uit de Randstad dan ernaartoe. Notten: "De Randstad staat bekend om de grote hoeveelheid banen en is dus aantrekkelijk. Maar in de ring eromheen zijn de huizen relatief goedkoper. De reisafstand nemen kopers dan voor lief."

Lennartz vermoedt dat de coronacrisis deze trend extra kan versterken. "Het kan zijn dat mensen die nu al hybride werken niet meer dicht bij hun werk hoeven te wonen. Maar dat moet nog uit cijfers blijken."

In principe hoeven huizenkopers nu minder kritisch te zijn op de woon-werkafstand. "Zeker als ze maar twee dagen in de week naar kantoor moeten. Een grotere reisafstand is dan beter te overzien. Dit maakt de kans dat mensen puur voor hun werk verhuizen nog kleiner dan die al is. En het kan ook zo zijn dat mensen gewoon blijven zitten waar ze al wonen."

Baan dichter bij huis

Daarnaast hoeven mensen vanwege de krappe arbeidsmarkt vaak minder ver van huis een baan te zoeken. "Het vinden van een nieuwe woning is tegenwoordig moeilijker dan het vinden van een nieuwe baan", zegt Lennartz.

Toch is de keuze om te verhuizen minder zwart-wit dan dat hij lijkt. Mensen veranderen niet zomaar van baan of huis, stelt Lennartz. "Het veranderen van baan hangt van ontzettend veel factoren af, zoals werkgeluk, leuke collega's en doorgroeimogelijkheden. Ditzelfde geldt voor een nieuw huis verder weg. Je laat een netwerk van familie en vrienden achter. Mensen denken er wel even over na voordat ze zo'n grote beslissing nemen."