Cao-lonen stijgen de laatste maanden steeds meer, zoals op de bouwplaats, in het onderwijs en ook bij rijksambtenaren. Dit is goed nieuws voor werknemers, maar waarom gebeurt dit nu? En hebben de loonstijgingen ook nadelen?

De lonen zullen dit jaar waarschijnlijk zo'n 3 procent stijgen, verwacht werkgeversvereniging AWVN. Dit is een gemiddelde, want dergelijke loonstijgingen zijn al vaak vastgesteld in verschillende cao's.

Zo krijgen leraren in het basisonderwijs gemiddeld 10 procent meer loon. In de bouw stijgen de lonen met 5 procent en bij de Rijksoverheid stijgen de modale inkomens in de komende twee jaar zo'n 9 procent.

"We moeten flink teruggaan in de tijd om vergelijkbare cijfers te zien", vertelt Pierre Koning, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "Waarschijnlijk was de laatste keer in de jaren tachtig. In de afgelopen veertig jaar zijn lonen wel gestegen, maar dan met 1 of 2 procent, niet met zulke grote percentages als nu het geval is."

Inflatie, corona en krappe arbeidsmarkt zorgen voor stijgingen

De loonstijgingen hebben volgens Koning te maken met drie factoren: de inflatie, de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. "Het einde van de lockdown heeft deze krapte versterkt. Dit zorgt ervoor dat werkgevers nu een hoger salaris moeten aanbieden, om aantrekkelijk te blijven voor hun werknemers."

De aantrekkingskracht van een hoger salaris wordt extra gestimuleerd door de inflatie. "Alles wordt steeds duurder en mensen willen aan het eind van de maand geld overhouden." Daarnaast leven we nog steeds met de gevolgen van de coronacrisis. "De steunprogramma's zijn gestopt en in de lockdown zijn minder mensen aangenomen. Bedrijven moeten nu dus extra moeite doen om personeel te behouden of aan te trekken."

“De gemiddelde loonstijging van 3 procent is nog steeds te weinig in vergelijking met de inflatie van zo'n 7 procent.”
Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter van FNV

De werknemer staat hierdoor in een behoorlijk sterkte positie, vertelt Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter van FNV. "Door de krapte op de arbeidsmarkt en de hoge inflatie durven mensen eisen te stellen en zijn wij als vakbond ook in een sterkere positie om te onderhandelen." Dit heeft als resultaat dat bijvoorbeeld bij de Rijksoverheid nu vooral de mensen met lage inkomens en middeninkomens erop vooruit gaan. Zo stijgt het salaris van de schoonmakers de komende jaren met zo'n 20 procent. "Dat is een forse koopkrachtverbetering en dat is ook ontzettend nodig."

Loonstijging dekt de inflatie niet

Maar volgens de FNV zijn werknemers er nog lang niet. "De gemiddelde loonstijging van 3 procent is nog steeds te weinig in vergelijking met de inflatie van zo'n 7 procent. Bedrijven moeten deze inflatie ten minste compenseren, en dat geldt zeker voor de lage inkomens en middeninkomens." Hij geeft als voorbeeld de stijgende energieprijzen. "Stel: je verdient 2.000 euro per maand en de energierekening gaat een paar honderd euro omhoog, dan is deze forse hap uit je financiën niet op te brengen zonder een stevige loonsverhoging."

Boufangacha is ervan overtuigd dat veel bedrijven deze loonstijging kunnen betalen. "In de afgelopen twee jaar zijn er in verschillende sectoren flinke winsten behaald. Ze kunnen het hogere salaris dus goed betalen." Toch is hier volgens Koning wel een grens aan: "Er kan in de toekomst een loon-prijsspiraal ontstaan. Dit betekent dat de hogere lonen worden doorberekend in de prijs, waardoor de producten duurder worden. Mensen gaan dan naar dit idee leven."

Als voorbeeld voert Koning de aanschaf van nieuwe gordijnen aan. "Een verkoper kan dan adviseren: koop de gordijnen nu maar, want over drie maanden zijn ze duurder omdat de hogere lonen worden doorberekend. Als iedereen dit advies opvolgt, wordt de vraag naar gordijnen groter en stijgt de inflatie nog eens extra. Dat terwijl dit probleem alleen tussen de oren van mensen zit. En als dit bij alle sectoren gebeurt, dan raakt de economie ontregeld."

Wat gaan de lonen in de toekomst doen?

Maar wanneer deze grens wordt bereikt, is volgens Koning niet te voorspellen. "Twee jaar geleden waren de energieprijzen bijvoorbeeld heel laag. En we weten ook nog niet wat het coronavirus in het najaar gaat doen. Het is dus moeilijk in te schatten wat de lonen gaan doen en of er zo'n spiraal ontstaat."

Boufangacha denkt dat het dit jaar nog niet gaat gebeuren. "Wij zien dat bedrijven hun winsten op peil willen houden. Dat producten daardoor duurder worden. Er is dus eerder sprake van een winst-prijsspiraal."

"De nieuwe cao van de Rijksoverheid kan de toon zetten, zegt Koning. "Meestal volgen andere sectoren, zoals de zorg. Het is vooral een sterk signaal voor de lage inkomens en middeninkomens die er nu flink op vooruit gaan. Het is dus afwachten wat andere sectoren gaan doen: het lagere (landelijk) minimumloon behouden of het voorbeeld van het Rijk volgen."