Een collega willen helpen is heel normaal. Mensen met het redderssyndroom gaan echter nog wat verder: zij zijn zo druk met de problemen van anderen dat ze niet aan hun eigen werk toekomen en zichzelf voorbijlopen. Zo ga je om met een 'redder' in het team en zorg je beter voor jezelf als jij de dwangmatige helper bent.

Ze lopen rond op menig werkvloer: collega's die zo betrokken zijn bij het werk en het team dat ze niet kunnen wachten om te hulp te schieten. Ongevraagd pakken ze extra taken op en nemen ze andermans werk uit handen. En dat terwijl ze het zelf al druk genoeg hebben.

Als een ander helpen een dwangmatige gewoonte wordt, dan is er sprake van het redderssyndroom, ook wel bekend als het Florence Nightingale-syndroom of het pleaserssyndroom. "Je investeert dan relatief gezien te veel tijd in de ander en komt in de knel met de tijd die je voor je eigen werk hebt", vertelt arbeids- en organisatiepsycholoog Beatrice van der Heijden, hoogleraar strategisch HRM aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. "Dat kan op een gegeven moment te veel worden."

Redder voelt zich graag onmisbaar

De dwangmatige hulpbehoefte wordt over het algemeen aangewakkerd door een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Toch zijn niet alle helpers even onbaatzuchtig, zegt Catrien Karsten, psycholoog en burn-outexpert. "Iemand met het redderssyndroom wil zichzelf onmisbaar voelen. Door een collega te helpen, krijgt hij een extra gevoel van eigenwaarde." Wat de redder niet doorheeft, is dat de collega zich door de hulp juist rotter kan gaan voelen. "Hij of zij wordt bevestigd in het idee dat diegene niets kan."

De goedbedoelde hulp valt dus niet altijd in goede aarde. "Het grootste probleem bij het redderssyndroom is dat de 'redder' vaak de gehele taak overneemt en geen ruimte overlaat voor anderen." Dit is volgens Karsten te voorkomen met een vuistregel: "Help je iemand bij een taak, zorg er dan voor dat ieder 50 procent van het werk op zich neemt. Zo raakt de helper niet overwerkt én leert de collega van de hulp."

Collega's kunnen ook zelf het initiatief nemen om de dwangmatige helper wat af te remmen, zegt Van der Heijden. "Vertel in de ik-vorm waarom jij gestrest of ongelukkig wordt van de hulp. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik vind het vervelend dat jij de taak volledig van mij overneemt, want dan kan ik er niets van leren.' Door het probleem op deze manier te formuleren, voelt de helper zich niet aangevallen."

'Helpen is soms makkelijker dan de confrontatie aangaan'

Onthoud dat de helper collega's niet wil dwarsbomen. Iemand voelt zich soms genoodzaakt om te helpen omdat hij ook beoordeeld wordt op het eindproduct, weet Van der Heijen. "Als dit in zijn ogen niet goed genoeg is, voelt hij zich soms verplicht om in te grijpen. Dit is dan gemakkelijker dan de confrontatie aangaan met de ander over zijn of haar werk."

“Hoort de hulp die je moet bieden echt bij je takenpakket? Zo nee, zoek dan iemand anders die de collega kan helpen.”
Carien Karsten, psycholoog en burn-outexpert

Moet je de helper echt om raad vragen bij een werktaak? Leg dan heel concreet uit waar je precies hulp bij nodig hebt, zegt Karsten. "Zo kan diegene slechts op dat ene onderdeel te hulp schieten en niet meer van jouw werk naar zich toe trekken. Op deze manier weet iedereen waar hij aan toe is."

Taken onder je functieniveau doorschuiven

Ben jij degene die te vaak te hulp schiet, dan kun je je collega's daar best op aanspreken, met bijvoorbeeld de volgende feedback: "Ik vind het vervelend dat je niet zorgvuldig bent geweest met deze taak. Hierdoor heb ik veel extra werk moeten verrichten. Ik heb daar veel stress van gehad."

Karsten adviseert even pas op de plaats te maken voor je een hulpvraag beantwoordt. "Hoort de hulp die je moet bieden echt bij je takenpakket? Zo nee, zoek dan iemand anders die de collega kan helpen." Ze adviseert daarnaast om niet te helpen bij taken onder je functieniveau. "Dit hoef je niet te doen, en er zijn vast collega's die het prima kunnen overnemen. Op deze manier heb je toch geholpen zonder dat je eigen agenda nog bomvoller raakt."