De loonkloof tussen Nederlandse hogeropgeleide mannen en vrouwen is geslonken, blijkt uit nieuw onderzoek. Toch komen we er niet zomaar van af, waarschuwen experts. Over de oorzaak van het salarisverschil bestaan hardnekkige vooroordelen. Wat klopt er nu eigenlijk wel (en niet)?

De loonkloof tussen hogeropgeleide mannen en vrouwen is iets kleiner geworden. In 2021 verdienen mannen gemiddeld 5 procent meer dan vrouwen, blijkt uit het Nationaal Salaris Onderzoek, van Intermediair en Nyenrode Business Universiteit. In 2019 verdienden vrouwen nog gemiddeld 8 procent minder dan mannen.

De oorzaak van het feit dat vrouwen minder verdienen dan mannen, wordt vaak ten onrechte bij de vrouwen zelf gelegd, ziet Joyce van der Wegen van de Nederlandse Vrouwen Raad. "Het idee dat vrouwen het verdienen om minder betaald te krijgen is helaas op verschillende manieren vastgeroest in onze samenleving."

We nemen vier veelgehoorde uitspraken over vrouwen en de loonkloof onder de loep. Wat klopt wel, en wat niet?

'Vrouwen werken minder uren, dus krijgen ook minder geld'

Niet waar. In Nederland werken vrouwen inderdaad vaker parttime dan mannen. In het Nationaal Salaris Onderzoek blijkt dat vrouwen gemiddeld 32 uur per week werken en mannen 38 uur. Vrouwen krijgen aan het eind van de maand dus minder salaris, is de gedachte die daar vaak op volgt. Maar dat klopt niet. De loonkloof van 5 procent wordt berekend op een gelijk aantal werkuren. Dus als mannen en vrouwen allebei fulltime werken, is er gemiddeld nog steeds een verschil in salaris.

“Als een kind ziek is, dan belt de school of de crèche als eerste de moeder.”
Joyce van der Wegen, Nederlandse Vrouwen Raad

Dat vrouwen veel parttime werken, lijkt te impliceren dat ze minder geïnteresseerd zijn in carrière maken. Maar ook dat beeld klopt niet, zegt onderhandelcoach Merel van der Wouden. "Vrouwen willen ook best wel fulltime werken, maar veel zorgtaken komen bij hen terecht. Daardoor kunnen ze dus minder uren werken."

De traditionele man-vrouwverhouding is nog te veel in de samenleving aanwezig, stelt Van der Wouden. "Iedereen gaat er in Nederland nog steeds van uit dat de vrouw voor de kinderen zorgt." Van der Wegen is het hiermee eens: "Als een kind ziek is, dan belt de school of de crèche als eerste de moeder. Zo werkt de samenleving nu en het is voor vrouwen moeilijk om zich hieraan te ontworstelen."

30.000 respondenten

  • Ruim 30.000 mensen in loondienst vulden de vragenlijst van het Nationaal Salaris Onderzoek (NSO) in. De respondenten werden geworven via oproepen op verschillende sites (waaronder Nationale Vacaturebank en Intermediair) en via sociale media. De data zijn representatief wat betreft leeftijd en sekse, maar wat betreft opleidingsniveau is de groep hogeropgeleid oververtegenwoordigd (66 procent, 27 procent is middelhoog en 7 procent lageropgeleid). Het NSO vindt elke twee jaar plaats, dit is de vijfde editie.

Het bemachtigen van een promotie zorgt daarnaast niet als vanzelf voor meer gelijkheid in salaris. Uit het Nationaal Salaris Onderzoek blijkt dat vrouwelijke leidinggevenden over het algemeen minder verdienen dan hun mannelijke collega's.

'Moeders willen geen carrière maken'

Niet waar. Het krijgen van kinderen lijkt een beslissend moment voor de loonontwikkeling. Tot de leeftijd van 36 jaar loopt de salarisontwikkeling bij mannen en vrouwen ongeveer gelijk op. Pas na deze leeftijd worden de verschillen groter. En dat is logisch, zegt Van der Wouden. "Rond deze leeftijd maken de meeste mensen promotie en worden er grote stappen gemaakt. Maar het is ook de leeftijd waarop gezinnen worden gesticht."

Ook wordt de loonkloof bij midden- en hoogopgeleiden na de leeftijd van 36 jaar steeds groter. Dit komt volgens Van der Wouden omdat werkgevers de capaciteit van vrouwen met kinderen verkeerd inschatten. "Moeders hebben vaak meer moeite met promotie maken", zegt de onderhandelcoach. "Er wordt gedacht dat vrouwen met kinderen minder drive hebben omdat ze hun gezin op de eerste plek zetten en hun aandacht moeten verdelen."

Hierdoor krijgen vrouwen minder kansen aangeboden en kunnen ze vervolgens minder groeien in salaris. Volgens Van der Wouden zouden werkgevers het eens van de andere kant moeten bekijken. "Moeders zijn vaak veel efficiënter in het werk, omdat ze thuis ook veel ballen moeten hooghouden."

'Vrouwen durven niet te onderhandelen over hun salaris'

Niet waar. Van vrouwen wordt vaak gedacht dat ze niet goed kunnen onderhandelen of het niet durven, zien Van der Wegen en Van der Wouden. Als vrouwen meer op hun strepen zouden staan in salarisonderhandelingen, dan zou een vrouw evenveel betaald krijgen als een man. "Daar is helemaal niets van waar", stelt Van der Wegen. "Vrouwen vragen in de praktijk wel degelijk om loonsverhoging, maar krijgen heel vaak nee te horen."

“Als een man stevig onderhandelt, wordt hij gezien als een leider. Maar dat gedrag wordt niet verwacht van een vrouw.”
Merel van der Wouden, onderhandelcoach

Als vrouw 'beter' onderhandelen, is makkelijker gezegd dan gedaan, stelt onderhandelcoach Van der Wouden. Vrouwen hebben in een onderhandeling vaker last van vooroordelen. "Als een man stevig onderhandelt, wordt hij gezien als een leider. Maar dat gedrag wordt niet verwacht van een vrouw. Als zij zich hetzelfde opstelt en stevig onderhandelt, vindt men dat ze zeurt of zich aanstelt."

Hierdoor zal een vrouw minder makkelijk als winnaar uit de onderhandelingen komen. "En als ze te vaak nee hoort, dan wordt de drempel om nog een keer te onderhandelen veel hoger."

'In typische vrouwensectoren liggen de lonen nu eenmaal laag'

Waar. "Vrouwen zitten in minder hoge posities en werken vaker in minder betaalde sectoren. Dat klopt inderdaad", aldus Van der Wegen. Dit wordt ook bevestigd in het Nationaal Salaris Onderzoek. Zo werken vrouwen boven de 36 jaar vaker in de zorg of het onderwijs, oftewel 'typisch vrouwelijke beroepen', waar het salaris niet al te hoog ligt.

Naar verwachting zal het verschil tussen 'mannen- en vrouwenberoepen' in de toekomst vervagen. Bij werkenden onder de 35 jaar is het aantal vrouwen en mannen in alle sectoren vrijwel gelijk. Deze verschuiving in het werkveld heeft nu alleen nog geen directe invloed op de loonkloof.