Het vak van psycholoog trekt de laatste jaren steeds meer vrouwen. Liefst negen op de tien psychologiestudenten zijn vrouw. Waarom voelen vrouwen zich zo aangetrokken tot dit werk? En waarom kiezen mannen niet meer voor dit vak?

Dat de psychologie steeds meer een vrouwenaangelegenheid lijkt te worden, baart sommige psychologen zorgen. Mark van Vugt, hoogleraar Evolutionaire Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), trok onlangs aan de bel in universiteitsblad Ad Valvas: het mannenquotum bij de studie psychologie is te laag. Een slechte ontwikkeling, vindt hij, onder meer omdat specifieke mannenproblematiek beter moet worden herkend.

De oorzaak ligt volgens Van Vugt deels in de inhoud van het vak en deels in de Nederlandse cultuur. "Er bestaan heel weinig verschillen tussen mannen en vrouwen in talent en competenties, maar wel in interesses. Vrouwen zijn gemiddeld meer geïnteresseerd in hobby's of beroepen waarin omgang met andere mensen centraal staat, terwijl mannen gemiddeld meer interesse hebben in het omgaan met dingen, zoals modelvliegtuigjes."

Paradox in studie- en beroepskeuze

Rudolf Ponds, voorzitter van de NVGzP (Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen) heeft de ontwikkeling van dichtbij meegemaakt. "Toen ik zo'n 38 jaar geleden studeerde, was er geen sekseverschil; de verhouding vrouwen-mannen was fiftyfifty. Inmiddels is dat negentig-tien. Het geldt overigens ook voor andere vakken, zoals geneeskunde, waarin men zich soms afvraagt waar alle mannelijke dokters toch zijn gebleven. Met een bepaald imago heeft het dus niets te maken, want dokter geldt toch wel als een stoer beroep."

“Misschien is het voor vrouwen soms lastig om goed aan te voelen wat de oorzaak is van de gedragsproblemen van jongetjes.”
Mark van Vugt, hoogleraar Evolutionaire Psychologie

Van Vugt ziet een paradox: in landen waar minder sterke sekserollen zijn, zoals Nederland, zijn er juist grotere verschillen in studie- en beroepskeuze tussen mannen en vrouwen. "Een verklaring is dat in die landen vrouwen en mannen vrij zijn om te doen wat ze echt leuk vinden, dus komen meiden meer bij psychologie uit en jongens meer bij bijvoorbeeld technische wetenschappen."

Dat is terug te zien in de cijfers. Vrouwen domineren het vak psychologie vrijwel volledig. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was in 2018 het aandeel vrouwen onder psycho- en sociologen 76,3 procent, tegenover 69,6 procent in 2013. Maar liefst 90 procent van de psychologiestudenten is vrouw.

Vrouwen van nature niet geschikter

Het past in het bredere beeld uit de Emancipatiemonitor van het CBS, waaruit blijkt dat naar verhouding de meeste vrouwen te vinden zijn in zorg en welzijn (81 procent), gevolgd door pedagogische beroepen (73 procent). Maar dat betekent niet dat vrouwen van nature een voorsprong zouden hebben in dit beroep, benadrukt NVGzP-voorzitter Ponds.

"Psychologie wordt samen met bijvoorbeeld de zorg wel een 'vrouwenvak' genoemd, met als clichébeeld dat er vooral lekker veel wordt gebabbeld. Maar het is bovenal een zeer professioneel en volwassen vak, voor zowel mannen als vrouwen. Het is gebaseerd op wetenschappelijke feiten en je werkt met strikte protocollen. Het is ook geen kwestie van aanleg, het is gewoon een vak. Je moet een goede relatie met patiënten creëren, maar dat geldt net zo goed voor artsen."

“Er verandert niets doordat de mannen vertrekken; het is en blijft hetzelfde harde vak.”
Rudolf Ponds, voorzitter NVGzP

Dat psychologen tegenwoordig meestal vrouw zijn, heeft een keerzijde. Mensen zoeken het liefst hulp bij iemand die op hen lijkt en waar ze zich in kunnen herkennen. Dat kan de drempel voor mannen verhogen om hulp te zoeken. Bij vraagstukken waar iemands sekse een rol speelt, is het volgens hoogleraar Van Vugt bovendien beter om het perspectief van beide seksen te krijgen.

"Je kunt bijvoorbeeld wel een psychologenpraktijk met alleen maar vrouwelijke medewerkers hebben, maar misschien is het voor vrouwen soms lastig om goed aan te voelen wat de oorzaak is van de gedragsproblemen van jongetjes, of hoe om te gaan met mannen met suïcidale neigingen - want zelfmoord komt meer voor onder mannen."

Alle mannen in één werkgroep

Toch vindt Ponds de vrouwelijke dominantie niet zo'n issue. "Binnen de branche heb ik er nog nooit iemand over horen klagen en van patiënten krijgen we er ook geen opmerkingen over. Er verandert niets doordat de mannen vertrekken; het is en blijft hetzelfde harde vak." Wel ziet ook hij liever een gemengde groep psychologen. "Met een mix van karakters zorg je dat je alles binnenboord hebt - zonder nu gelijk van typisch mannelijke of vrouwelijke karaktereigenschappen te spreken."

Als mogelijke oplossing voor het gebrek aan mannen kijkt Van Vugt naar technische universiteiten. Zij krikten hun percentages vrouwen op door opleidingen in de markt te zetten waar techniek- en mensinteresses worden gekoppeld. "Psychologie met AI (kunstmatige intelligentie, red.) of met sport zou meer jongens die kant op kunnen duwen. Als je een mastercursus psychologie van de man introduceert, komen daar geheid meer mannen op af."

Op basis van anekdotes weet Van Vugt dat jongens aarzelen om een psychologiestudie te gaan doen waarbij ze veruit in de minderheid zijn. "Sommige psychologieopleidingen plaatsen de weinige mannen in één werkgroep om toch wat verbinding te hebben met elkaar."

Ponds beaamt dat. "Als je in een opleiding voor het overgrote deel vrouwen ziet, dan schrikt dat misschien af." Voelt hij zich zelf weleens eenzaam tussen zijn vrouwelijke collega's? "Haha, dat nog niet. Maar als ik onderwijs geef aan achttien mensen en er zitten twee mannen bij, dan is dat al een prettige verrassing."