Lookalikes, slangenmelkers, matrassentesters en Netflix-ondertitelaars. In deze rubriek interviewen we de mensen met een niet-standaard antwoord op de standaardvraag: Wat doe jij eigenlijk? Dit keer Ron Jonker (51), taxidermist.

  • Wie: Ron Jonker
  • Wat: Taxidermist bij eigen bedrijf Second Life Taxidermy
  • Kijktip: Documentaire Stuffed over preparateurs

Als kind struinde taxidermist Ron Jonker al uren door het bos om de natuur te observeren. Zag hij een gewond vogeltje, dan bracht hij het zelf op de fiets naar de dierenarts. Op zijn dertiende vond hij op een van zijn tochten een dood eekhoorntje. Hij had weleens opgezette dieren gezien, en besloot dat hij datzelfde met dit eekhoorntje wilde laten doen. Zo kwam Jonker terecht bij een taxidermist in Groningen, waar een wereld voor hem openging. "Voor het eerst ontmoette ik andere mensen die net zo gefascineerd waren door de natuur als ik."

Acht jaar in de leer

Jonker ging acht jaar lang in de leer bij die preparateur. Wekelijks moest hij daarvoor van Assen naar Groningen met de bus om vervolgens nog een wandeltocht van 7 kilometer te maken. "Door weer en wind ging ik erheen", herinnert hij zich. Na die tijd prepareerde Jonker langdurig hobbymatig dieren, tot hij in 2013 zijn preparateursdiploma haalde en er zijn beroep van maakte, dat hij nu uitoefent in zijn eigen werkplaats in Stadskanaal.

“Als je weet hoe het moet, komt er niet eens een spatje bloed bij kijken.”

In zijn werkplaats zet Jonker voornamelijk wilde dieren en vogels op. Aan huisdieren prepareren doet hij niet. "Met zeer veel respect voor preparateurs die dat wel doen", zegt Jonker. "Maar ik ben er niet de persoon voor. Het is één ding om een diertje zo natuurgetrouw mogelijk op te zetten, maar eentje die mensen twintig jaar in de ogen hebben gekeken… Dat kan ik nog zo goed opzetten; de ziel krijg ik er niet meer in. En dat is juist bij honden en katten zó belangrijk."

Evenaren van de werkelijkheid

Bij het prepareren gaat het volgens Jonker om het evenaren van de werkelijkheid. "Dat is voor mij de mooiste uitdaging en echt een stuk kunstzinnigheid", zegt hij. "Men denkt weleens dat taxidermisten geobsedeerd zijn door de dood. Maar dat is niet waar. Wij zien juist het leven! En trouwens, als je weet hoe het moet, komt er niet eens een spatje bloed bij kijken."

Ook rotten of vergaan doet het dierenlichaam niet. Een geprepareerd dier bestaat uiteindelijk slechts uit huid en opvulling van houtwol, ijzerdraad en klei. "Net als een leren jas zal die huid lang mooi blijven", stelt de taxidermist.

Opzetten doet Jonker vooral voor ecologen, biologen, natuurfotografen, musea en natuurbeheerorganisaties. Vogelaars vormen ook een grote groep binnen zijn klantenkring. Jonker: "Sinds corona kloppen steeds meer mensen bij mij aan die nog niet zo bekend zijn in de natuur. Dat vind ik nu een mooie kant van deze pandemie. Mensen brengen veel meer tijd buiten door en hebben de ruimte om dat ook bij zichzelf binnen te laten komen."