Lookalikes, slangenmelkers, matrassentesters en Netflix-ondertitelaars. In deze rubriek interviewen we de mensen met een niet-standaard antwoord op de standaardvraag: Wat doe jij eigenlijk? Dit keer Els van Teijlingen (64), missionaris.

  • Wie: Els van Teijlingen
  • Wat: Zendeling/Missionaris
  • Waar: India, Nepal, de Filipijnen en sinds 1997 in Oeganda

Een carrière in Nederland opbouwen of het gevestigde leven leiden: die zaken trokken Els van Teijlingen niet. Ze wilde haar leven wijden aan een roeping en andere mensen helpen. Als christen kwam ze zo al snel bij het zendelingenberoep uit; een keuze die haar in 39 jaar al naar India, Nepal en de Filipijnen bracht. Sinds 1997 werkt Van Teijlingen in Oeganda, waar ze in een klein plaatsje een kinderhuis heeft opgezet. Daar wordt kortetermijnhulp geboden aan kinderen die hiv-positief zijn, baby's wier moeders na de bevalling gestorven zijn en kinderen die mishandeld zijn of gewoon een veilige plek nodig hebben.

In India en Nepal werkte Van Teijlingen via de internationale zendelingenorganisatie Jeugd in Opdracht bij een centrum dat reizigers hielp die in de problemen waren geraakt met drugs of in de gevangenis terechtkwamen. Op de Filipijnen stond ze zeven jaar lang op een enorme vuilnisbelt, waar mensen woonden, en waar zij en haar collega's hulp boden aan ondervoede kinderen en training gaven aan hun moeders.

“Baby's worden bij mij binnengebracht door de politie en wegen dan soms nog maar 2 kilo.”

In de bijna negentien jaar dat ze in Oeganda het kinderhuis leidt, heeft ze al meer dan duizend behoevende kinderen in huis gehad. Van Teijlingen heeft in totaal vier meisjes geadopteerd, allen hiv-positief. "De families wilden hen niet meer terug hebben", herinnert de missionaris zich. "Hier bloeiden ze uiteindelijk zo op: een is er nu een verpleegkundige, de ander zit op de middelbare school. De derde en vierde waren kleuterleidster en scholier, maar helaas hebben zij het niet gehaald. In de zomer van 2019 overleden zij beiden."

Met dit verlies heeft Van Teijlingen het nog elke dag ontzettend moeilijk, maar ze ervaart ook veel steun van de gemeenschap. "De meisjes liggen nu begraven in mijn tuin. De hele gemeenschap kwam bij elkaar om zowel financieel als praktisch te helpen met de begrafenissen. Dat is hoe het hier gaat."

Het mooiste aan haar werk vindt ze om kinderen weer te zien opbloeien. "Baby's worden bij mij binnengebracht door de politie en wegen dan soms nog maar 2 kilo, of we vinden een ouder kindje dat zielsongelukkig op straat leeft. Dat zo'n kindje aansterkt, dat we een nieuwe familie ervoor vinden en het in de armen van de nieuwe ouders kunnen leggen, dat is prachtig! Dan vergeet je alle zorgen weer."

Niet alleen met de neus in de bijbel

Naast de moeilijke sterfgevallen die bij haar werk als missionaris horen, geeft Van Teijlingen toe dat het werk ook weleens eenzaam kan zijn. "Ik ben een van de enige buitenlanders hier", zegt ze. "En natuurlijk mis je je familie en vrienden. Het leven hier is ook niet altijd makkelijk, de stroom valt uit of er is geen water. En er zijn, anders dan in het supergeorganiseerde Nederland, veel mensen die iets beloven maar het niet nakomen. Ik heb veel steun aan mijn geloof, dat helpt me door moeilijke tijden."

Dat ze alleen maar met haar neus in de bijbel zou zitten als missionaris is volgens Van Teijlingen echter een vooroordeel. Ze probeert het geloof door te geven in haar daden en houding. "Ik wil mensen laten voelen dat God van hen houdt en ik probeer Zijn handen te zijn, hier in Oeganda."