Lookalikes, slangenmelkers, matrassentesters en Netflix-ondertitelaars. In deze rubriek interviewen we de mensen met een niet-standaard antwoord op de standaardvraag: Wat doe jij eigenlijk? Dit keer Maria Postema (39), kinderboekenvertaler.

  • Wie: Maria Postema
  • Wat: Kinderboekenvertaler
  • Welke boeken vertaald? Onder meer De Hongerspelen, Twilight en Frankenstein

Mensbaksels en snoskommers. De termen uit de kinderboeken van Roald Dahl-boeken horen inmiddels tot collectief bewustzijn. Voor Maria Postema openbaarden ze haar toekomstdroom: kinderboeken vertalen. Postema: "Toen we vroeger De Grote Vriendelijke Reus lazen in de klas, bedacht ik me opeens dat er gewoon iemand is die al die leuke termen en dat mooie verhaal naar het Nederlands mag vertalen. Geweldig toch!"

Inmiddels heeft Postema boeken zoals De Hongerspelen, de Twilight-serie en Frankenstein mogen vertalen. In totaal staan er wel zeventig kinder- en youngadulttitels op haar naam. Wat ze zo mooi vindt aan kinderboeken? "Boeken geven kinderen en jongeren een spiegel en een venster. Ze kunnen zichzelf herkennen in een ander, maar ook de levens en werelden ontdekken van jongeren die heel anders zijn dan zijzelf."

Toch een stoffig imago

Toch heeft het vertaalvak volgens Postema nog een beetje een stoffig imago; de gemiddelde leeftijd van vertalers is vrij hoog en ze hebben vaak eenzelfde sociaal-culturele achtergrond. "Misschien heeft dat eraan bijgedragen dat men auteur Marieke Lucas Rijneveld in eerste instantie (Rijneveld gaf de opdracht terug vanwege ontstane ophef, red.) vroeg als vertaler van het werk van Amanda Gorman", zegt Postema. "Maar dan alsnog begrijp ik het niet: als je dan toch iemand kiest die geen vertaler is, waarom dan niet iemand die thuis is in spoken word?"

Zelf heeft Postema vrije vers vertaald van de zwarte Amerikaanse youngadultschrijver Jason Reynolds. Hoe leeft zij zich als professioneel vertaler in in een schrijver die een andere achtergrond heeft dan zij? "Ik heb veel YouTube-filmpjes met hem bekeken, artikelen en interviews gelezen, FunX geluisterd, gekeken hoe het onderwerp van zwarte achterstandswijken nu al belicht is in Nederland en andere vrije vers-romans gelezen", zegt Postema. "Je neemt zoveel mogelijk tot je, om een zo rijk mogelijk beeld te scheppen."

“Als je een woord gebruikt dat nu megahip is onder jongeren, bestaat de kans dat het boek over een jaar al oubollig klinkt.”

Volgens Postema is vertaalwerk te vergelijken met het leggen van een grote puzzel. "Mensen zeggen weleens; kinderboeken vertalen, dat is toch hartstikke simpel? Maar er komt zoveel bij kijken. Niet alleen de betekenis moet goed vertaald worden, ook let je op klank, ritme, het juist overnemen van culturele referenties en eventueel rijm." Soms krijgt ze het ook niet voor elkaar om een stukje perfect te vertalen. "Dan laat ik daar bijvoorbeeld de woordspeling weg, maar compenseer ik het verderop in het stuk. Het mag ook niet te geforceerd overkomen."

En jongerentaal brengt volgens Postema nog een specifieke uitdaging met zich mee: het snel verouderen van termen. "Als je een woord gebruikt dat nu megahip is onder jongeren, bestaat de kans dat het boek over een jaar al oubollig klinkt."

Oplossingen bedenken tijdens het koken

Over het vertalen van een boek doet Postema zo'n twee tot vier maanden. "Sommige vertalers doen meerdere boeken tegelijk: 's morgens het ene, 's avonds het andere. Maar dat kan ik niet. Ik duik altijd helemaal in een boek. Zelfs tijdens het boodschappen doen of koken schieten me dan mooie oplossingen voor een bepaald vertaalprobleem te binnen."

Of ze het eindresultaat zelf nog kan lezen en ervan kan genieten? "Daar moet even wat tijd overheen", zegt ze lachend. "Maar na een tijdje wel. En ja, dan denk ik soms wel: goh, die grap heeft wel erg goed uitgepakt!"