Lookalikes, slangenmelkers, matrassentesters en Netflix-ondertitelaars. In deze rubriek interviewen we mensen met een niet-standaard antwoord op de standaardvraag: wat doe jij eigenlijk? Dit keer Johan Boon (69), pruikenmaker.

Wie: Johan Boon
Wat: pruikenmaker
Klanten: van Sinterklaas tot toneelgezelschappen en kankerpatiënten

Op de Haarlemse Tempelierstraat kijkt vanuit de etalage van nummer 44 een twaalftal hoofden over de straat uit. Golvende kapsels, gekortwiekte kopjes, een clown, een kerstman en een sinterklaas. Het zijn de uitgestalde pruiken van kapsalon Boon, die op dit adres al tachtig jaar knipt en pruiken maakt.

“Zelfs de eigen familie mocht niet weten dat de permanentkrullen nep waren.”

Johan Boon werkt al 52 jaar in de familiezaak, die door zijn vader is begonnen. "Je maakt wat mee in een buurtkapper en familiezaak", zegt hij. "Vroeger kwamen hier bijvoorbeeld veel rijkelui uit Aerdenhout en omstreken. Die reden voor met een chauffeur in een Bentley en moest ik achter een gordijntje kappen. Zelfs de eigen familie mocht niet weten dat de permanentkrullen nep waren."

Kankerpatiënten, transgenderpersonen en theaterspelers

Naast het knippen maakt Boon al sinds jaar en dag handgeknoopte pruiken; voor kankerpatiënten, voor mensen met haaruitval, voor toneelspelers, voor transvrouwen. Met het maken van een snor is hij een paar uur bezig, een volledige pruik op maat duurt meerdere weken. De pruiken knoopt hij met de hand, op een houten hoofd, waar een laag tule overheen gelegd is. "Vooral de randjes zijn een precies werk. Die doe je echt haartje voor haartje, want daar valt het het meest op."

Zieke mensen krijgen 452 euro per jaar vergoed voor een pruik uit de basiszorgverzekering. Dat is niet altijd genoeg en daarnaast heb je volgens Boon minstens twee of drie pruiken nodig. "Vergelijk het met een paar sokken; die draag je ook niet elke dag opnieuw." Maar die extra pruiken worden nu ook vaker op internet besteld, waar budgetopties beschikbaar zijn. Ook gaan kankerpatiënten volgens Boon tegenwoordig veel vaker gewoon kaal over straat, of ze bedekken het hoofd met een muts of sjaaltje.

'Kaalheid is niet langer een groot taboe'

Daarnaast is de vraag naar pruiken afgenomen door de emancipatie van de kale man. "Dat Marc-Marie Huijbregts een haarstuk droeg, had ik natuurlijk al jaren in de gaten", zegt Boon. "Maar toen hij uitkwam voor zijn kaalheid, was dat wel een kantelpunt. Vroeger zag je geen enkele man zonder haar, vooral niet op televisie. Kaalheid is niet langer een groot taboe."

“De beste snorren en baarden worden gemaakt van buffelhaar.”

Maar Boon levert ook pruiken voor tientallen hulpsinterklazen en kerstmannen. De lange witte lokken en in de krullers gezette baarden liggen door de hele zaak. Op zijn werktafel wacht een halve snor. Het is voor ieder wat wils: gekrulde baarden, rechte baarden, borstelige of gladde wenkbrauwen, een volledige pruik, of een halve, die slim schuilgaat onder de rode muts. Boon: "De beste snorren en baarden worden gemaakt van buffelhaar. Dat is mooi stug en gaat lang mee."

Alle pruiken zijn nu in de uitverkoop, want Boon gaat binnenkort met pensioen. Tot die tijd heeft hij het nog druk met de laatste bestellingen. "Het is dit jaar een stuk rustiger, maar januari en februari zijn normaliter de drukste maanden", zegt hij. "Dan laten alle kerstmannen en sinterklazen hun haar maken of herstellen."