Patiënten die bij de dokter komen, hebben vaak werkgerelateerde klachten, terwijl de huisarts dat niet altijd doorheeft. Huisarts Kees de Kock deed er promotieonderzoek naar en ziet de huisarts als belangrijke schakel om verzuim te verminderen. De Kock: "De vraag naar iemands werk moet standaard worden gesteld."

Pijn aan je nek, schouder of rug. Onverklaarbare buikpijn. Wie met dit soort klachten bij de huisarts komt, wordt vaak aan een vragenlijst onderworpen om de oorzaak van de pijn te achterhalen. Het werk van de patiënt wordt daarbij opvallend genoeg vaak over het hoofd gezien, blijkt uit het proefschrift van huisarts en wetenschapper De Kock.

Bijna een op de drie deelnemers aan zijn onderzoek - volwassenen die meer dan twaalf uur per week werkten en hun huisarts bezochten - zei dat de klachten te maken hadden met het werk. Dat huisartsen daar niet genoeg naar vragen, blijkt uit de codes die de artsen na een bezoek in hun systeem invullen om de klachten te duiden.

“Vroeger had je als huisarts een kaart van elke patiënt waar het beroep op stond.”
Kees de Kock, huisarts en onderzoeker

De code voor problemen met de werksituatie werd in 2015 (het laatst beschikbare jaar) bij 3,7 per 1.000 patiënten gebruikt: nog geen 0,5 procent. "Als je bedenkt dat 17 procent van de Nederlanders burn-outklachten heeft, dan kun je stellen dat dit aantal aan de lage kant is", aldus De Kock.

'Ik bleef rust en paracetamol aanraden'

De Kock heeft er zelf als huisarts weleens mee te maken gehad, erkent hij. "Een oudere man kwam vaak op mijn spreekuur met pijn in zijn nek en schouders. Ik wist als huisarts dat hij kraanmachinist was, maar ook dat hij een lastige thuissituatie had. Ik bleef hem aanraden om rust te houden en paracetamol te slikken, totdat ik bij een zoveelste bezoek een scan liet maken."

"Hij bleek neurologische uitval te hebben en moest direct geopereerd worden." Achteraf bleek dat kraanmachinisten sterk voorovergebogen zitten, wat de kans op een nekhernia vergroot.

Hoe kan het in dit soort gevallen misgaan? Volgens De Kock zijn er verschillende oorzaken. Hij steekt eerst de hand in eigen boezem: huisartsen weten vaak niet wat voor beroep iemand uitoefent. "Vroeger had je als huisarts een kaart van elke patiënt waar onder andere op stond wat het beroep was. Tegenwoordig wordt dat niet meer standaard vermeld."

Te weinig doorvragen over werk

En zelfs als je als huisarts iemands beroep wél kent, heb je er niet altijd een duidelijk beeld bij. "Een patiënt van mij was kok en had vaak longontsteking. Ik wist dat hij rookte, dus adviseerde ik hem op dat gebied. Later bleek dat hij veel rook inademde, omdat hij in een grillrestaurant werkte." Het is voor een arts dus niet alleen noodzakelijk om te weten wat voor beroep iemand heeft, maar ook wat die werkzaamheden inhouden.

De patiënt kan hier volgens De Kock ook assertiever in zijn: "Ze dichten dokters een soort superstatus toe en verwachten dat de arts binnen tien minuten precies weet wat de oplossing voor hun kwaal is."

“Mensen blijven hun klachten op andere dingen schuiven, bang om niet meer te kunnen werken.”
Kees de Kock, huisarts en onderzoeker

Veel mensen beseffen bovendien niet dat hun hoofdpijn te maken kan hebben met een hoge werkdruk, financiële problemen of baanonzekerheid. "Als de huisarts dat dan ook over het hoofd ziet, dan kan iemand op de lange termijn thuis komen te zitten. Eigenlijk moet de vraag wat iemand voor denkwerk doet en hoe dat bevalt standaard gesteld worden bij dit soort klachten."

Huisartsen kunnen daarmee een belangrijke rol spelen in het voorkomen van verzuim: zij zijn immers vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen met werkgerelateerde klachten.

'Rol van bedrijfsartsen moet duidelijker worden'

Daarnaast moet de band met de bedrijfsarts volgens hem beter worden. "Ik raad patiënten vaak dringend aan om klachten met hun bedrijfsarts te bespreken, juist voordat ze verzuimen."

Frederieke Schaafsma, als bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde verbonden aan het Amsterdam UMC, merkt dat de rol van bedrijfsartsen voor veel mensen onduidelijk is. "We hebben het imago om pas te helpen als medewerkers eenmaal thuiszitten met een burn-out, maar ook daarvoor kunnen we helpen."

De patiënt kan eveneens een belangrijke rol spelen in het herkennen van werkgerelateerde klachten. De Kock ziet vaak dat het patiënten moeite kost om toe te geven dat ze werkstress hebben. "Dan blijven ze hun klachten op andere dingen schuiven, uit de vrees om niet meer te kunnen werken. Want dat voelen ze toch als falen."