Het werkloosheidspercentage voor zowel Nederland als heel Europa neemt al maanden niet meer af, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag. Gemiddeld is het percentage in de landen van de Europese Unie sinds mei 2019 niet meer onder de 6,3 procent gekomen, en in Nederland is sinds augustus niet minder dan 3,5 procent werkloosheid gemeten.

Van maart tot en met mei vorig jaar was in Nederland nog een iets lager percentage van 3,3 procent te zien. Dat was de laagste werkloosheid gemeten sinds het begin van de economische crisis in 2008.

Na het voorjaar vond een lichte stijging plaats naar 3,5 procent; een percentage dat nog steeds aanhoudt. Daarmee staat Nederland op dit moment binnen de EU in de top zes van landen met de laagste werkloosheid.

In de 28 EU-landen zijn grote verschillen te zien. Zo kampen Griekenland en Spanje met een relatief hoge werkloosheid, met respectievelijk 16,8 en 14,2 procent van de beroepsbevolking. In vergelijking met Nederland doen alleen Malta, Polen, Duitsland en Tsjechië het beter. Hongarije scoort even goed als Nederland.

Vanaf mei daalde het percentage in twaalf van de EU-landen, terwijl er in acht landen een stijging te zien was. Ook bleef de werkloosheid in acht landen op peil.

Het CBS baseert zich voor de EU op gegevens die lopen tot en met oktober, en voor Nederland op cijfers tot en met november 2019.