Minder overheid en meer voor elkaar zorgen: sinds 2013 leven we niet langer in een verzorgingsstaat, maar in een participatiesamenleving. De helft van de Nederlanders draagt dan ook bij als vrijwilliger: bingoënd met bejaarden of kippen voerend op de kinderboerderij. Wat drijft deze mensen? Je leest het in de rubriek De Vrijwilliger.

Anneke Wapstra (66) helpt in het theehuis van de Noorderbegraafplaats en bij de bezoekersbalie van de intensive care van het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL)

Lange tijd liep je de Leeuwarder Noorderbegraafplaats op langs een klein, stenen lijkenhuis - de laatste tussenstop van een overledene voor diens eeuwige rustplaats. Maar door de vernieuwde glazen deuren van het huisje schijnt nu ander licht. Binnen klinkt het gerinkel van kopjes. Er schijnen waxinelichtjes, terwijl Wapstra verse bloemen op de tafels zet. Het voormalige mortuarium is nu al acht jaar een theehuis, het meest levendige plekje op de begraafplaats.

Wapstra begon er twee jaar geleden als vrijwilliger, en rond diezelfde ging ze ook aan de slag bij de bezoekersbalie van de intensive care van het MCL. Na een aantal jaar gestopt te zijn als bibliothecaris op de Bibliobus, waar ze 25 jaar werkte, miste ze het contact met mensen dat haar werk haar had gebracht. "Op de Bibliobus reed ik van dorp naar dorp, waar ik altijd dezelfde mensen tegenkwam. Je bent bekend, maar ook een beetje een vreemde. Dat zorgt voor heel intieme gesprekken. Mensen vertrouwen je van alles toe."

Ernstige gesprekken op de intensive care

Die vertrouwelijkheid komt terug in haar vrijwilligerswerk. Details die ze over zieken of overleden dierbaren te horen krijgt, kan ze niet delen, maar ze vertelt wel dat ze veel mooie, pijnlijke en soms ook bloedstollende dingen meekrijgt. De gesprekken in het ziekenhuis zijn over het algemeen ernstiger dan die op de begraafplaats. Wapstra: "Op de intensive care komen mensen op bezoek bij een familielid dat een spoedoperatie moet ondergaan, of iemand die een hartaanval of zwaar ongeluk heeft gehad. Daardoor zijn de zorgen over de dierbare en de behoefte aan steun acuter."

“Ik moet proberen aan te voelen of mensen behoefte hebben aan een gesprek.”

In het ziekenhuis heet Wapstra de familie en andere bezoekers welkom in de kleine ontvangstruimte. Ze belt de verpleging en vraagt of de patiënt klaar is voor bezoek. In dat geval kan ze de familie direct doorsturen. Maar soms komt het ook even niet gelegen en moet de patiënt bijvoorbeeld net gewassen worden. Dan biedt Wapstra de familie een kopje koffie of thee en een luisterend oor. "Maar alleen als daar behoefte aan is. Dat moet je goed kunnen aanvoelen; het is niet mijn plek om me aan iemand op te dringen."

Op bepaalde momenten is die behoefte er duidelijk wel. Zo herinnert Wapstra zich een jongetje dat op bezoek kwam bij zijn oma. "Hij was zo'n acht jaar oud en had een gitaar bij zich. Toen ik hem bij terugkomst van zijn bezoek vroeg welk lied hij voor oma had gespeeld, haalde hij het instrument weer van zijn rug en zong hetzelfde lied nogmaals voor mij. Dat was een heel mooi, ontroerend moment."

Geregeld maakt ze mee dat een van de patiënten overlijdt. Moeite heeft Wapstra daar niet mee. "Ik voel me dan juist nuttig", legt ze uit. "Dan kan ik een beetje voor de familie kan zorgen." Ook de verpleging vindt het volgens haar fijn dat de vrijwilligers er zijn. Vroeger was dat niet het geval. Toen deed de verpleging enkel de deur open voor het bezoek, en moesten de mensen zich verder zelf redden. Een plek om even te zitten, tijd voor een gesprek of bakje troost waren er niet.

Het voormalige mortuarium, waar Anneke Wapstra werkzaam is als vrijwilliger, is sinds acht jaar een theehuis, het meest levendige plekje op de begraafplaats. (Foto: Privécollectie)

'Even de gedachten verzetten na bezoek aan een graf'

De deuren van het theehuisje openen niet naar de ingang van de begraafplaats, maar richting een boomrijk gedeelte van het kerkhof. Mensen die er een kopje koffie drinken, worden zo niet direct geconfronteerd met eventuele begrafenisstoeten. Binnen staat een boekenkast met boeken over de dood en rouw. Ernaast ligt een hoge stapel klassieke muziek- en rustige jazz-cd's: van Norah Jones tot Vivaldi. "Die staan trouwens nooit op", zegt Wapstra. "Er wordt hier eigenlijk vooral ontzettend veel gekletst."

In vergelijking met het ziekenhuis zijn de gesprekken hier wel een stuk lichter. Hier heeft men het liever over het leven, de koetjes en de kalfjes. Wapstra: "Even de gedachten verzetten na een bezoek aan een graf."

“Het is bij dit werk belangrijk dat je weet hoe het is om iemand te verliezen.”

Naast het serveren van warme dranken en koek, organiseren de veertig vrijwilligers van het theehuis ook speciale dagen op het kerkhof, zoals tijdens Allerzielen en WereldLichtjesDag. "Met begrafenissen hebben wij niet veel te maken. Wel komen mensen langs die de as van een dierbare gaan bijzetten. Laatst nog zat hier een man aan tafel, met voor zich een kop koffie en een urn."

Een goede gesprekspartner kunnen zijn voor verschillende soorten mensen is volgens Wapstra de belangrijkste eigenschap om te bezitten bij het vrijwilligerswerk dat ze doet. "En misschien is het ook belangrijk dat je al wat levenservaring hebt. Dat je weet hoe het is om iemand te verliezen. Hoewel het niet altijd ter sprake komt, is het fijn dat je je kunt inleven in het verdriet van een ander. Dat voelt diegene ook, en dat biedt troost."